Data Morgana: visualisaties van de slimme stad

Data Morgana: visualisaties van de slimme stad
20 aug – Leestijd 13 min

Data Morgana: visualisaties van de slimme stad

Rianne Riemens
Rianne onderzoekt en schrijft over nieuwe technologie.

Een breed gedragen wens in smart city projecten is om stadsleven te kunnen visualiseren en voorspellen. De stad van de toekomst lijkt het best tot leven te komen door middel van beeld, maar in hoeverre weerspiegelt het de werkelijkheid, en wie profiteert van de inzichten?

De stad verbeelden

De drang naar visualisatie begint al bij artist impressions van slimme steden. Het zijn geïdealiseerde plaatjes van stedelijke omgevingen met gelukkige mensen, waarbij technologie, zelfs auto’s, onzichtbaar blijven. Het zijn gladgestreken en zielloze weergaven van de stad, die voor bestuurders toch spannend genoeg blijken om talloze investeringen te doen waarmee zij zich op de kaart kunnen zetten. Tegelijkertijd geven ze maar een beperkt beeld van hoe de beloofde ontwikkelingen zullen uitpakken.

© UNStudio
Brainport Smart District Helmond

Tegelijkertijd speelt visualisatie ook op andere manieren een rol in het ontwerp dat de architectenbureaus en techbedrijven aanbieden. Zo laten ze met visualisaties zien wat sensoren in de stad aan inzichten kunnen opleveren. Steeds meer bedrijven proberen modellen, samengesteld door middel van grootschalige dataverzameling, te maken die inzicht geven in hoe burgers gebruik maken van de openbare ruimte.

Eén van de bekendste smart city-voorbeelden is het project van Sidewalk Labs in Toronto. Ondanks de kritieken is deze wijk – genaamd ‘Quayside’ – nog volop in ontwikkeling. Hier wordt Replica gebruikt, een tool voor stadsplanning die gevoed wordt met grote hoeveelheden data.

Replica is ontwikkeld om het ‘probleem’ van de complexiteit van stadsleven te vangen in data. Zoals het bedrijf beweert levert een gebrek aan data namelijk een “incompleet idee op van bewegingspatronen in steden, met als gevolg een laag vertrouwen in het maken van kritieke besluiten over transport and landgebruik”. De vraag is echter of deze data echt vertrouwen, of alleen de schijn van vertrouwen oplevert - in hoeverre kun je gedrag van mensen rationeel verklaren? - en of het niet tekort doet aan de ervaring die stedenbouwkundigen en planologen hebben met wat wel en niet werkt in een stad.

© Replica

Meet Replica: a user-friendly modeling tool that uses de-identified mobile location data to give planning agencies a comprehensive portrait of how, when, and why people travel in urban areas.

Met Replica is het mogelijk om data te verzamelen over routes die mensen afleggen, met welk vervoermiddel zij dat doen, hoeveel mensen op bepaalde plekken aanwezig zijn en welke bestemmingen ze hebben. Zo creëert Replica een synthetische populatie, niet terug te leiden tot echte personen, om zo een volledige populatie te kunnen modelleren. Deze techniek wil Sidewalk Labs niet alleen in Toronto gebruiken. Er zijn ook plannen om het model toe te passen op Kansas City en Chicago, wat duidelijk maakt dat de ambities van Sidewalk Labs verder reiken dan het vormgeven van een enkele wijk. 

De stad als massaproduct

De stad in een alomvattend model gieten levert meerdere problemen op. Ten eerste: in hoeverre is dit mogelijk? Het model op basis van synthetische data zal niet 1 op 1 overeenkomen met de daadwerkelijke stad: wat niet in data te vatten is, komt niet in het model. Spontane gebeurtenissen, de sfeer op een bepaalde plek of ontmoetingen tussen mensen zijn moeilijk te dataficeren.

Ten tweede verraadt het digitaliseren en kopiëren van de stad een problematische benadering: de stad is geen massaproduct en groeit door de tijd heen tot een opstapeling van stedelijke lagen, ieder met een andere historie. Ook wordt de stad gevormd door de interacties die haar bewoners met elkaar aangaan. Een poging om de kern of opzet ervan te kopiëren is een poging tot grip en controle, die kan leiden tot homogenisering van steden. 

Het verlangen om steden voorspelbaar en stuurbaar te maken toont een vorm van kapitalistisch denken in een nieuwe context. Sidewalk maakt de stedelijke data beschikbaar voor andere bedrijven, die op basis hiervan nieuwe commerciële producten ontwikkelen. Hiermee wordt het verdienmodel van platforms toegepast in een nieuwe stedelijke en ruimtelijke context: 

“The standardization of both the infrastructure and modular construction for Quayside is seen by Sidewalk Toronto as a process that, once built, can be scaled up and applied to cities across the globe — not unlike a universal operating system.”

© Picture Plane
Quayside in Toronto, Heatherwick Studio

De rol van bewoners wordt expliciet gemaakt in de experimentele ruimte 307, waar Sidewalk Labs met behulp van simulatie de burgers van Toronto inzicht wil geven in de gevolgen van ontwerpkeuzes. De kritiek dat Sidewalk Labs geen oog heeft voor burgers, wordt zo op slimme wijze onschadelijk gemaakt. Ondanks de mogelijk bruikbare inzichten die de schaalmodellen van de stad voor de bewoners kunnen opleveren, zullen de gevolgen niet automatisch in hun voordeel uitpakken. 

In de opzet van Sidewalk krijgt de gedachte dat architectuur betekenis krijgt door interactie met bewoners, een nieuwe lading. De activiteiten van bewoners zijn niet langer het doel van het project, maar het middel: hun interacties leveren nieuwe data op voor het project.  Bedrijven zoals Replica en Sidewalk Labs verbinden op een nieuwe manier consumentisme aan stedenbouw en leggen hun commerciële ideeën vast in het stedelijk weefsel van een stad. En door de vormgeving van een stad (waar zij patent op hebben) te kopiëren naar andere steden, vergroten zij hun invloed en besteden geen aandacht aan de uniciteit van een stad.

Participatietools voor burgers

Sidewalk Labs en Replica zijn niet de enige bedrijven die zich richten op visualisatie van de stad. In Frankrijk wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van Forcity, dat met 3D-modellen mogelijke toekomstige vormen van de stad simuleert. Hierin kunnen ontwerpkeuzes in de stad worden gevisualiseerd, waardoor de voor- en nadelen zichtbaar worden en besproken kunnen worden. Volgens socioloog Richard Sennett zijn dit toepassingen waarbij de mens van technologie profiteert, in plaats van andersom. Forcity werkt voor gemeenten, en voegt gegevens over onder andere afvalverzameling en transport samen in een model.

In Utrecht werkt de gemeente ook met verschillende visualisatietechnieken. Voor de nieuwe wijk Merwede wordt ook geëxperimenteerd met 3D-modellen, waar ze dienen om het gesprek te voeren met burgers. Daarnaast is het bedoeld om verkeersstromen in kaart te brengen en te onderzoeken welke gevolgen bepaalde ontwerpkeuzes hebben. Vergelijkbaar wordt voor het Smakkelaarsveld gebruik gemaakt van parametrisch ontwerpen, waarbij met parameters verschillende ontwerpen voor het toekomstige park digitaal worden gemodelleerd. Waar schijnt wanneer de zon? Hoe beperk je de geluidsoverlast van de omliggende infrastructuur?

© smakkelaarspark.nl
Toekomstig park Smakelaarsveld, Utrecht

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat simulatie effectief kan zijn voor burgerparticipatie. Uit een casus van een stadspark in Den Haag blijkt dat VR headsets tot meer betrokkenheid en inzicht leiden bij bewoners. 

Maar het gebruik van zulke software is geen garantie voor een succesvolle stad. Het vergt expertise en een kritische houding om zulke kostbare programma’s op een effectieve manier in te zetten. Draagt de software daadwerkelijk bij aan participatie en biedt het daadwerkelijk nieuwe inzichten? Kritische vragen, die continu gesteld moeten worden.

Van controle naar coördinatie

Door datamodellen bestaat het risico dat een stad wordt ingericht met betrekking tot efficiëntie. En hoewel dat zeker voordelen heeft, bijvoorbeeld voor verkeersstromen, is het maar 1 manier om naar een stad te kijken. Volgens Sennett is het belangrijk om te zoeken naar een balans: een stad moet efficiënt werken, maar ook ruimte laten voor spontaniteit, voor dwalingen, voor ervaringen, ontmoetingen.

Sennett pleit daarom niet voor het gebruik van technologie voor controle, maar voor coördinatie. Zo ga je uit van hoe mensen zijn, niet zoals ze zouden moeten zijn. Het nodigt mensen uit tot nadenken, in plaats van passief het beleid te volgen dat wordt voorgeschreven. “In een coördinatieve stad worden de beperkingen die aan het verzamelen en verspreiden van informatie worden gesteld in acht genomen.” 

Sennett beschrijft hoe inmiddels in meer dan 250 steden in Brazilië een systeem is geïntroduceerd dat communicatie tussen burgers mogelijk maakt via internet, waarbij ook voorstellen kunnen worden ingediend. Zoiets gebeurt ook in Parijs, waar mensen ideeën kunnen insturen waarop mensen kunnen stemmen. De initiatieven met de meeste stemmen worden uitgevoerd. Hiervoor is per wijk geld beschikbaar gesteld, met name voor de buitenwijken van Parijs. Zo blijkt burgerparticipatie, ook wat betreft bestuurlijke inspraak, opschaalbaar te zijn naar stadsniveau. Grootste project: een voorstel voor verduurzaming van de stad, waarvoor 11.000 deelnemers zich hebben aangemeld.

Bewoners zijn geen uniforme groep

Zelfs wanneer ideeën vanuit de burger worden geïnitieerd, worden deze zelden gesteund door alle burgers. Zo waren er in San Francisco plannen om busbanen aan te leggen om het OV te verbeteren zodat bewoners zonder auto ook mobiel zouden zijn. Dit werd echter niet goed ontvangen door mensen die graag hun auto gebruiken en die minder parkeerplekken zouden hebben. Het past niet in hun gebruik van de stad en hun ritme, dat anders is dan dat van ov-gebruikers. 

Technologie mag dan wel inzicht hebben gegeven in de wensen van bewoners, bewoners zijn op emotionele wijze betrokken bij hun stad: perceptie en realiteit zijn twee verschillende dingen. De realiteit is altijd complexer dan data uitwijst: verandering gaat vaak gepaard met weerstand en menselijke ervaringen zijn subjectief en verschillen onderling. Zoals Shannon Mattern schrijft: stedelijke plekken zijn materiële plekken en immateriële, imaginaire plekken tegelijkertijd. De verbeeldingen of associaties die mensen bij plaatsen hebben kun je niet voorspellen, vastleggen, of uitwissen.

De data morgana’s van morgen

Welke rol visualisatie en simulatie in de slimme stad precies gaan spelen, moet de toekomst uitwijzen. Zeker is dat gemeenten verschillende vormen zullen gaan uittesten. Zo heeft de gemeente Utrecht volgende maand een ‘digital twin excursie’ gepland naar Antwerpen, waar de waarde van een digitale replica van de stad wordt onderzocht. Bedrijven zijn al gevraagd hun pitches in te sturen. De TU Delft heeft visualisatiesoftware ontwikkeld die de bouwjaren van gebouwen in Nederland weergeeft. En de gemeente Amsterdam heeft een kaart met een (niet volledig) overzicht van camera’s, sensoren en beacons die in de stad hangen. Samen vormen deze een netwerk van surveillance, dat ongezien door de stad bewegen onmogelijk maakt.

Hopelijk houden gemeenten in gedachten dat dataverzameling niet automatisch leidt tot relevante inzichten. In Tilburg blijkt bijvoorbeeld nog geen resultaat te zijn geboekt met de dataverzameling over veiligheid in de stad. De drang naar inzicht leidt niet altijd tot de informatie waarop wordt gehoopt. Remco Spithoven: “Vaak worden alle data die beschikbaar zijn met elkaar in verband gebracht, niet gestuurd door een theorie, en dan wordt gekeken wat eruit komt. De vraag: wat meten we eigenlijk en hoe betrouwbaar is dat, wordt vergeten.” Met als gevolg dat er een digitale schijnwerkelijkheid ontstaat. Volgens Spithoven een beeld dat niet per se overeenkomt met de werkelijkheid, omdat data geen volledige informatie biedt.

Dat leidt tot een belangrijke vraag: hoe kan een visualisatie meer zijn dan een digitale schijnwerkelijkheid en daadwerkelijk participatie en inzicht van burgers bevorderen? Het beantwoorden ervan vergt een continue kritische benadering van wat ‘slim’ betekent. De waarschuwing van Shannon Mattern is daarbij belangrijk om in gedachte te houden: ons idee van de ideale stad moet zich niet voegen naar wat idealiter meetbaar is, maar naar wat bewoners - op basis van rationele en emotionele argumenten - ideaal vinden. En sommige onderdelen van een stad moet je niet digitaliseren, een domme stad met slimme mensen functioneert vaak net zo goed, of beter.