De robot als spiegel

De robot als spiegel
© Anna van Kooij
6 jul – Leestijd 12 min

De robot als spiegel

Rianne Riemens
Rianne onderzoekt en schrijft over nieuwe technologie.

De opkomst van robot-performers: wat als robots de sterren van het theater worden? Worden mensen dan de figuranten?

De Performing Robots Conference, een samenwerking tussen SPRING en Universiteit Utrecht, stond dit jaar in het teken van de verschillen tussen mens en robot.

If you came here to see an actor, you're in the wrong place. But if you have come to see the authentic, then you're in the wrong place, too. – Robot Thomas Melle, Uncanny Valley

Verschillende onderzoekers presenteerden hier hun ervaringen met 'performende' robots. SETUP's pottenbakrobot liet bezoekers ervaren hoe een creatieve mens-robot-samenwerking eruit zou kunnen zien. De wetenschappers en kunstenaars die we spraken laten zien dat werken met robots leidt tot een beter begrip over wat robots kunnen, maar dat het ons ook iets over onszelf leert.

De uitdaging van de pottenbakrobot: hoe creatief te zijn?

Het waren zware maanden voor de Pottenbakrobot en zijn maker, Casper de Jong. Deze robot moest dan ook een unieke taak vervullen. Het doel was niet alleen om een installatie te bouwen waarin mens en robot intiem samenwerken, ze moesten samen ook nog eens een eeuwenoud ambacht beoefenen: pottenbakken. Dat leidde tot een vraag die meer sprekers van de conferentie bezighield: kan een robot ook een performer zijn? En zo ja, in hoeverre is dat dan performance zoals we die kennen? Deze vragen gaan over meer dan theater alleen. Ze raken aan iets dat veel fundamenteler is: menszijn.

© Anna van Kooij

Op ontdekking in de ‘Uncanny Valley’

Performativiteit van robots is de moeite waard om te onderzoeken, omdat creativiteit ons iets leert over de verschillen tussen mensen en robots. Veel mensen vinden het oncomfortabel om geconfronteerd te worden met robots die teveel op ons lijken, omdat deze verschillen dan vervagen. Zo komen we terecht in de 'uncanny valley': het punt waarop er afkeer voor de robot ontstaat, omdat hij teveel op ons gaat lijken.

Misschien is dat ook de reden dat we het oncomfortabel vinden om een 'creatieve robot' te zien. Want creativiteit is bij uitstek iets dat we uniek vinden aan de mens.

Het Duitse kunstcollectief Rimini Protokoll maakte een robot naar het evenbeeld van auteur Thomas Melle. Stefan Kaegi, deel van dit collectief, legde het in zijn keynote als volgt uit:

"Different technologies have provided us with different mirrors on us, from film and theatre to now selfies and robots. The design of robots helps us question: what makes us human, during times that we externalise thinking processes and outsource it to other devices?"

Nu onze samenleving steeds technologischer wordt, moeten we gaan ontdekken welke rol we willen dat technologie speelt in ons leven, en bepalen waar we als mens de regie over willen houden.

Stefan Kaegi (Rimini Protokoll), Uncanny Valley, 2019.

Dat gaat niet vanzelf: we moeten leren begrijpen wat machines werkelijk kunnen. Door robots te bouwen en met ze samen te werken, kunnen we ze ontdoen van de mystiek die ze omringt. De robot zoals we die kennen uit sciencefiction blijkt dan niet overeen te komen met de werkelijkheid. Door robots op waarde te schatten voorkomen we dat we ze overschatten.

Robots als spiegels

De robots-performers zijn niet goed in wat ze doen, als we hun optreden meten aan de standaard van menselijke performances. Maar de robot-performer kan ons wel iets anders leren: door menselijke creativiteit in robots te willen stoppen, ontstaat er ruimte om te reflecteren op menselijke performances. We leren hoe robotische stemmen, geluiden, bewegingen en expressies zijn geprogrammeerd op basis van wat wij mensen 'creatief' of 'artistiek' vinden.

In zijn presentatie beargumenteerde onderzoeker Craig Vear hoe het werken met robots ook van mensen vraagt om creatiever te worden:

"A robotic musician must cope appropriately and in a musical manner, it should behave according to its ongoing perception."

Dit is het concept van 'liveness', dat door veel onderzoekers gezien wordt als een belangrijke eigenschap van performance. Liveness is moeilijk te bereiken, maar levert ook veel op:

"If robots become more developed, they can perhaps give something back to the performers, and then enhance creativity."

Zo ontwikkelt onderzoeker en ontwerper Edwin Dertien robots die niet zozeer goed kunnen performen, maar die wel onze menselijkheid in een nieuw perspectief plaatsen. Zoals de Dancing white man, een ongemakkelijk dansende robot die hij samen met – en gebaseerd op – Leonard van Munster maakte. Of de Astrorobot: een open-source astrologie-orakel. Nergens komt de rol van de robot als onze spiegel zo duidelijk naar voren als in deze werken.

Edwin Dertien & Leonard van Munster, Dancing White Man, 2012.

Een gedeelde taal spreken

Wanneer we de vraag stellen of robots creatief kunnen zijn, kijken we naar creativiteit als menselijke vaardigheid voor een antwoord. Zoals onderzoeker en componist Evelyn Ficarra het uitlegt:

"It is all a question of how you define terms. Whether a robot is singing, or making pottery, it depends on how you define these actions, or how you characterize them, whether you will agree if a robot can truly do this."

Als we randvoorwaarden van 'performance' vastleggen, dan kan een robot daar tot op zekere hoogte aan voldoen. Het is alleen niet hetzelfde als menselijke performance. Onderzoeker en theatermaker Yaron Shyldkrot deelt een aantal mogelijke voorwaarden om een performance te definiëren. Bijvoorbeeld real-time activiteit, die elke keer leidt tot een andere uitkomst. Kijk bijvoorbeeld naar de pottenbakrobot, die je ook als performer kunt zien. In die zin hangt het af van wat en wanneer iets gebeurt, of je van daadwerkelijk pottenbakken kunt spreken. Het resultaat hoeft dan niet van goede kwaliteit te zijn, maar er moet wel sprake zijn van live activiteit.

In haar eigen werk herschreef Evelyn de teksten die ze maakte voor een robot in een nieuwe taal: een combinatie van binaire computercode en woorden. Deze taal symboliseert de gedeelde grond tussen mensen- en computertaal. Het is deze gedeelde taal, als concept of als letterlijke nieuwe taal, die de sleutel kan vormen voor creatieve samenwerkingen tussen mens en robot.

Yaron denkt ook na over zo'n gedeelde taal. Hij vindt het belangrijk om verder te kijken dan de tweedeling tussen mens en object, en om verschillende vormen van belichaming te ontdekken. Als we vasthouden aan de scheidingen natuur-cultuur of fysiek-niet fysiek, schieten we tekort om robotische vormen van aanwezigheid en lichamelijkheid te begrijpen. En juist dit is een belangrijke stap in het bepalen van onze relaties met verschillende machines. Omdat het ons helpt nadenken over de technologische apparaten die ons omringen, zoals de spraakassistenten die we een plek geven in ons huishouden.

Evelyn Ficarra, O, One, 2018.

Een gelukkig huwelijk

Werken met robots leert ons iets over menselijke concepten zoals creativiteit, performance en kunst. Het helpt ons de mogelijkheden van mens-machine samenwerkingen te verkennen, maar het leert ons ook dat mens en machine wezenlijk anders zijn. Die onderlinge verschillen moeten we erkennen en waarderen. Bovendien moeten we dit terug laten komen in de taal die we gebruiken om de aanwezigheid en activiteiten van robots te beschrijven.

Door robots een spiegel van de mens te maken, door ze dingen te laten doen die ons mens maken, dwingen we onszelf na te denken over wat we precies uncanny vinden aan robots. Het laat ons nadenken over hoe we ons willen verhouden tot robots – en tot technologie in het algemeen. Pas als we onze menselijke capaciteiten waarderen, kunnen we ons richten op het potentieel dat machines hebben als ze complementair samenwerken met mensen. Op het toneel, of waar dan ook.

SPRING 2019