Als burgers 'users' worden: slimme stad Helmond

Als burgers 'users' worden: slimme stad Helmond
© Brainport Smart District - UNStudio
4 mei – Leestijd 8 min

Als burgers 'users' worden: slimme stad Helmond

Rianne Riemens
Rianne onderzoekt en schrijft over nieuwe technologie.

Tuinkassen, mensen en honden in matchende, gekleurde regenjasjes en bomen met bloesem sieren het beeld.

Wat op het eerste gezicht een afbeelding van een willekeurige groene wijk lijkt, is eigenlijk een artist impression van de slimme wijk die in het Brabantse Helmond komt.

In Helmond verrijst een wijk volgens de laatste smart city trends. Een deel van de bewoners (100 van de 4000) krijgt in ruil voor data, korting op hun huur. Maar wat voor stad krijg je als privacy te koop is en disruptie een gemeentelijke aangelegenheid wordt?

Het rotsvaste geloof in data als bron voor stadsontwikkeling is sinds 2017 onder de naam NL Smart City Strategie tot Nederlandse gemeenten doorgedrongen. Smart city Helmond is hierin een nieuwe stap. Privacy als ruilmiddel is niet nieuw, privacy als valuta om een basisbehoefte te betalen is dat wel. Een kwalijke zaak: betalen voor privacy is een perverse prikkel die ongelijkheid stimuleert. Privacy wordt zo een luxe voor de elite, terwijl mensen met een laag inkomen worden verleid om hun data af te staan.

Dit draagt bij aan wat wetenschapper Virginia Eubanks het 'automatiseren van ongelijkheid’ noemt: omdat er, mede door dit soort constructies, meer data beschikbaar is over minderheidsgroepen, worden zij vaker geprofileerd op basis van deze data. Deze gedragsvoorspellingen zijn voor bedrijven een verdienmodel en voor overheden een manier om ‘wenselijk’ gedrag te nudgen. In wiens voordeel deze sturing uitvalt - burgers, bedrijven, overheden - is nooit zwart-wit. Overheden zouden zich daarom niet moeten inlaten met constructies waarbij disruptie een leidraad is voor de indeling en organisatie van een stad.

Burgers worden users

Volgens architectenbureau UNstudio wordt de nieuwe wijk in Helmond een living lab. Er is geen vooraf bepaald idee over hoe de wijk gaat functioneren, maar een “responsive urban ambition”. Dit betekent dat er op een nieuwe manier energie en voedsel geproduceerd, water gemanaged en transport geregeld wordt en dat er sprake is van “joint digital data management”. 
 

Brainport Smart District - UNStudio

Dit laatste begrip houdt nogal wat in. Onder de noemer Brainport Smart District (een Brabants initiatief), wordt de wijk gekaderd als slim gebied. Het doel: “sharing data and information that can enrich the efficiency of the landscapes, buildings and public spaces, while offering seamless connectivity”. In een stad waar burgers ‘users’ worden, is efficiëntie een sleutelbegrip en moet communicatie - tussen mensen of computers - frictieloos zijn.

Dataverzameling vindt in de wijk plaats op verschillende niveaus. Er kan data worden gemeten in de publieke ruimte via zogenaamde sensorhotels op lantaarnpalen, bijvoorbeeld over verkeer, straatgebruik, riool- en luchtkwaliteit. Daarnaast kunnen er ook metingen worden gedaan op huishoudelijk niveau, zodat ook per huishouden duidelijk wordt hoe men leeft en wat er wordt verbruikt. Hoe meer sensoren in huis, hoe goedkoper de huur.

Commerciële partners die aan het project meewerken zijn nog niet bekendgemaakt. Deze voorzichtigheid is niet verrassend. Een gevreesd onderwerp, ook in Helmond, is de casus Toronto. Hier werkt Sidewalk Labs, net als Google een dochterbedrijf van Alphabet, aan een datagestuurde wijk. Vorig jaar stapte de privacyofficer op, omdat zij door samenwerking met derden de veiligheid van de data niet kon waarborgen. 

Hoewel Toronto het ultieme schrikbeeld is door de directe relatie met een van de grootste techbedrijven ter wereld, zijn de botsende belangen over het delen van data een kwestie bij veel meer smart city-initiatieven. Commerciële partijen maken ook de slimme wijk in Helmond mogelijk, wat leidt tot belangrijke vragen over het gebruik en de beveiliging van data. De commerciële bedrijven die de metingen technisch mogelijk maken, willen hier natuurlijk ook iets voor terug. 

In de woorden van de directeur van Brainport Smart District: “we doen hier niet alleen de veilige dingen, we experimenteren ook. Anders krijg je nooit disruptie.” Dit suggereert dat disruptie nooit op een veilige manier kan gebeuren. Maar wat houdt disruptie dan daadwerkelijk in? En als het onveilig is, wie wil er dan disrupted wonen? Experimenten kunnen waardevol zijn om aan een betere leefomgeving te werken, maar de burger als proefkonijn kan onvoorziene negatieve gevolgen hebben.
 

Brainport Smart District - UNStudio

Brede definitie van privacy

Dat is het probleem van veel smart city plannen: ze nemen niet de behoefte van burgers als uitgangspunt, maar worden gedreven door de wens om nieuwe technologische mogelijkheden in steden toe te passen. Ook al wordt smart city Helmond responsive genoemd, wat beantwoord wordt is niet zozeer de behoefte van de bewoner, als wel de honger naar data. Deze datahonger leidt wellicht ook tot het in kaart brengen van enkele behoeftes, maar dit zijn enkel meetbare behoeftes. Dit versmalt de blik op wat voor behoeftes er zijn: wat niet meetbaar is, bestaat niet.

Het verzamelen van gegevens op wijkniveau levert een schat aan informatie op. Het maakt het mogelijk om patronen aan te wijzen in de levenswijze van bewoners. Maar al zou de verzamelde data met zorg worden opgeslagen, beveiligd, geanonimiseerd en beperkt inzichtelijk zijn, de datagestuurde wijk blijft een inbreuk op de privacy van bewoners. Het kwantificeren en profileren van een wijk en haar bewoners en het sturen van gedrag perkt de autonomie van bewoners in en verkleint hun mogelijkheden om zelf hun leven onbevangen vorm te geven. Bewoners passen wellicht onbewust hun gedrag aan, omdat ze weten dat ze gemeten worden. Een eerste stap naar een brave nieuwe wereld.

Daarnaast is het de vraag hoe waardevol de metingen zullen zijn. De metingen in een smart city of ‘slimme’ wijk zijn, net als in het geval van andere algoritmen, vaak minder slim en neutraal dan ze lijken. In een slimme wijk waar tal van metingen worden gecombineerd in complexe dataprofielen zullen de gevolgen nog zichtbaarder worden. Denk bijvoorbeeld aan een algoritme dat onjuist beoordeelt of mensen een criminele activiteit zullen begaan. 

Gemeenten zullen daarom moeten nadenken over wat ze wel en niet willen meten en hoe ze een slimme wijk leefbaar houden, zonder bij te dragen aan bijvoorbeeld het automatiseren van ongelijkheid. Niet alles wat technologisch mogelijk is, zou moeten worden geïmplementeerd. Ook om de burger in bescherming te nemen: die heeft door de complexiteit van het systeem en een gebrek aan transparantie geen volledig begrip van de manier waarop het systeem werkt en hoe het zijn gedragingen en keuzes beïnvloed.

Ethische commissie

Om burgers betrokken te houden, is de afspraak in Helmond dat de verzamelde data wordt beheerd en gedeeld door bewoners. Maar wat is dit waard als gegevens ook met bedrijven worden gedeeld? Om de rechten van bewoners te bewaken komt er daarom een ethische commissie verbonden aan de Universiteit van Tilburg. De vraag is of deze commissie daadwerkelijk resultaat oplevert. Is het betalen van data door deze commissie goedgekeurd? Is de introductie van een ethische commissie een manier om fouten te rechtvaardigen? Er is namelijk risico op ethics theatre of ethics washing waarbij de commissie niet serieus bedoeld is, of in staat is, om ethische kwesties aan te pakken. 

En als burgers gezien worden als users, spreken we waarschijnlijk van overeenkomsten in plaats van rechten. Dat kan spanningen opleveren tussen deze twee posities. Hoe verhoudt het gebruiken van het sensornetwerk zich tot het bewonen van een stad? 
 

Brainport Smart District - UNStudio

Duurzaam of slim

Net als in het geval van Toronto, worden Nederlandse smart city-initiatieven geïntroduceerd aan de hand van een retoriek waarin 'slim' en 'duurzaam' centraal staan. De smart cities moeten volgens de NL Smart City Strategie: “duurzaam, democratisch, open, betaalbaar en betrouwbaar” zijn. Van co-creatie en duurzaamheidsbenchmark tot urban platforms en digitaal connected, het plan staat vol met mooie termen. 

Het gevaar van deze vertroebelende retoriek is dat de slimme stad gepresenteerd wordt als duurzaam en slim, terwijl dit twee verschillende dingen zijn. Dit is ook terug te zien in de promotie van smart city Helmond. Het delen van auto’s en een moestuin kun je wel in één zin noemen met het delen van data, maar het is heel wat anders. Daarnaast is de verduurzaming van steden het aanmoedigen waard, maar moet dit niet worden uitgevoerd vanuit de profetische gedachte dat technologie alles oplost.

Door alle smart city-initiatieven is ‘slim’ een noemer geworden voor het gebruik van technologie, terwijl 'slim' zou moeten staan voor werkelijk duurzaam en leefbaar. De presentatie van de technologisch geavanceerde, duurzame stad zorgt voor een verarming van ‘slim’ als begrip. 

Zo waarschuwt Professor Richard Sennett in zijn boek Stadsleven dat vooropgezette plannen over het leven in een stad niet stroken met de werkelijkheid. Hiermee creëer je “een versie van de ‘slimme stad’ waarin door middel van hightech de verwarring die bij het leven op een complexe plaats hoort, zo veel mogelijk wordt weggenomen.” De drang naar een frictieloze stad past niet bij de werkelijke beleving van een stad. Zo creëer je volgens Sennett een gesloten stad met een gesloten systeem, in plaats van een open stad.

Van gesloten stad naar open stad

Overheden en bestuurders moeten de gladde praatjes van techbedrijven en de datadroom van de stad in een overzichtelijke grafiek kritisch bezien. Niet het gebruik van technologie moet het uitgangspunt zijn, maar het welzijn van bewoners. Een slimme stad met domme bewoners, kan geen slimme stad genoemd worden.

De mogelijkheden die een stad kan bieden, is juist wat het leven erin zo aantrekkelijk maakt. Geograaf David Harvey noemt dit ‘the right to the city’, een recht als bewoner om de stad vorm te geven. 

“The right to the city is not merely a right of access to what already exists, but a right to change it after our heart's desire.”

Wanneer de stad geen ruimte laat voor spontaniteit en toevalligheden, maar ingericht wordt voor commerciële metingen om frictie te verbannen, wordt er slechts een imaginaire stad gecreëerd, die geen recht doet aan de complexiteit van het stadsleven.

Dat wil niet zeggen dat steden niet slimmer kunnen worden, en dat technologie hierin geen enkele rol kan spelen. Maar er zijn belangrijke vragen die beantwoord moeten worden. Kan het testen ook op kleine schaal, op huisniveau in plaats van wijkniveau? Kan het ook zonder tussenkomst van commerciële partijen? Hoe zorgen we dat de vele living labs en proeftuinen in Nederland hun kennis uitwisselen?

Experimenten zoals in Helmond lijken nu vooral een manier om gemeenten op de kaart te zetten. Maar de drang naar disruptie brengt nogal wat risico's met zich mee. Zonder zicht op alle mogelijke scenario's die zich kunnen voltrekken, zouden gemeenten zich hier niet aan moeten wagen. Bewoners moeten naast gebruikers en proefdieren vooral als burgers worden blijven gezien.