Julia Kloiber pleit voor een optimistische blik op onze data-toekomst

Julia Kloiber pleit voor een optimistische blik op onze data-toekomst
© Leyla Ali
11 dec 2018 – Leestijd 14 min

Julia Kloiber pleit voor een optimistische blik op onze data-toekomst

Siri Beerends
Siri is cultuursocioloog en schrijver. Ze onderzoekt de betekenis van authenticiteit, autonomie en imperfectie in de context van opkomende digitale technologieën.

Speculeren over de toekomst is een privilege dat zich niet moet beperken tot sombere scenario's. Met open data en civic technology kunnen we een positieve blik werpen op onze data-toekomst.

Julia Kloiber ontwikkelt technologieën en toekomstperspectieven die bijdragen aan democratisering, empowerment en innovatie. Ze is als onderzoeker verbonden aan de Mozilla Foundation en richtte verschillende organisaties op, waaronder Code for Germany: een stichting die data toegankelijk maakt om burgers meer inspraak te geven in hun leefomgeving, en het Prototype Fund: een fonds dat open source projecten financiert.

Tijdens het IMPAKT festival Algorithmic Superstructures sprak ze haar request for optimism uit. SETUP ging met haar in gesprek over haar aversie tegen dystopische technologiescenario’s en de voordelen èn valkuilen van open data.

Dystopie als self fulfilling prophecy

Met haar request for optimism doet Kloiber een beroep op onze verantwoordelijkheid om constructieve toekomstperspectieven te ontwikkelen. Ze vindt dat we teveel gewend zijn aan dystopische technologie verhalen en waarschuwt dat donkere toekomstscenario’s als een self fulfilling prophecy kunnen werken:

Wat als we vastzitten in dystopische narratieven, zonder ons te realiseren dat deze een werkelijkheid kunnen worden doordat we er zo sterk in geloven?

Speculeren over de toekomst beschouwd Kloiber als een privilege dat zich niet zou moeten beperken tot het bedenken van sombere verhalen over hoe de wereld had kunnen zijn. Ze pleit voor meer diversiteit aan toekomstperspectieven.

Een van die perspectieven gaat over een eerlijkere wereld door middel van open data. Wanneer data voor iedereen toegankelijk zijn en vrij kunnen worden gebruikt, profiteren meer mensen van de voordelen. Een voorbeeld is transportdata: met gratis online reisadvies kunnen we massaal profiteren van deze data.

Democratisch festijn

Wie denkt dat het democratische festijn kan losbarsten zodra de overheid een berg data openbaar maakt zit ernaast. Uit onderzoek van Universiteit Tilburg blijkt dat het openstellen van datasets niet automatisch leidt tot meer inzichtelijkheid en burgerparticipatie. Zo kan het openbaar maken van grote hoeveelheden gecompliceerde data er juist voor zorgen dat groepen die de datasets niet kunnen interpreteren of niet in de datasets zijn vertegenwoordigd worden uitgesloten. Kloiber wijst erop dat goede tussenpersonen onmisbaar zijn om open data tot een democratiserend succes te maken:

Als datasets worden opengesteld gebeurd er meestal niks. Mensen moeten eerst op de hoogte worden gebracht dat de data er zijn. Vervolgens heb je tussenpersonen nodig die een brug slaan tussen mensen die de datasets hebben gegenereerd en groepen die de datasets nuttig kunnen inzetten.

Een positief voorbeeld is Stuttgart. Daar konden inwoners met behulp van data over de luchtkwaliteit in hun stad politieke maatregelen voor schonere lucht afdwingen.

Overheden en bedrijven doen soms aan open washing: ze gebruiken open data als PR-middel en maken enkel data openbaar die bijdragen aan hun positieve imago.

Toch zijn het volgens Kloiber nu nog vooral bedrijven die weten te profiteren van open data. Met openbare datasets kunnen zij hun producten en services verbeteren. Voor makelaars is het bijvoorbeeld handig om via open data te achterhalen wie welke gebouwen bezit. En voor start-ups in de civiele technologie sector zijn de datasets bruikbaar om slimme apparaten te ontwikkelen waarmee inwoners meer kunnen leren over hun leefomgeving en het lokale beleid.

Om meer mensen te laten profiteren van open data moet kritischer worden gekeken naar welke data openbaar worden gemaakt. Transparantie is een buzzword geworden waar bedrijven en overheden graag op meeliften:

"Kijk ons eens transparant zijn" is wat ze willen uitstralen, maar ondertussen wordt er veel aan ‘open washing’ gedaan: dat is als overheden data openbaar maken over onderwerpen die hen niet kunnen schaden. Cruciale informatie wordt weggelaten en enkel de datasets die goed in hun eigen agenda passen worden openbaar gemaakt. In plaats van openheid te geven over informatie die er echt toe doet, zoals de besteding van gemeentebudgetten, wordt er bijvoorbeeld data over hondenpoep prullenbakken openbaar gemaakt.

Open data kunnen op die manier een masker vormen waar overheden zich achter verschuilen:

In 2015 was ik op de Open Government Partnership Global Summit in Mexico-stad. De Mexicaanse overheid claimde transparantie en open data hoog in het vaandel te hebben staan. Tegelijkertijd stonden buiten demonstranten die wilden weten wat er met hun ruim veertig vermiste medestudenten was gebeurd. Waar is de transparantie daar?

Open data wordt een leeg concept als alleen overheden mogen beslissen welke data openbaar worden gemaakt. Kloiber vindt dat burgers op de hoogte moeten worden gebracht van welke data er worden verzameld en daarna zelf moeten kunnen kiezen waarover zij transparantie willen.

Open data in de smart city

Nu de smart cities als paddenstoelen uit de grond schieten en dataslurpers als Google hun kans zien om meer data te verzamelen, is het nog maar de vraag in hoeverre burgers deze transparantie kunnen afdwingen.

In Barcelona gaat het goed, daar krijgen inwoners toegang tot data waarmee zij kunnen inspelen op lokale problemen.

Vorige maand werd bekend dat privacy-expert Ann Cavoukian ontslag neemt bij het smart city project in Toronto. In haar ontslagbrief staat dat ze graag had willen meebouwen aan een ‘smart city of privacy’ in tegenstelling tot de ‘smart city of surveillance’ die Google daar nu aan het bouwen is.

Volgens Kloiber is het belangrijk dat lokale overheden daar alert op zijn en zelf blijven beslissen welke data worden verzameld en verwerkt in de stad:

Ik geloof niet dat het helpt om grote techbedrijven te negeren. Steden zouden een positieve invloed kunnen hebben op grote spelers, wanneer zij hun macht zodanig weten te gebruiken dat deze bedrijven zich aan ethische standaarden gaan houden. Wanneer bedrijven de slimme stad betreden, moeten we ervoor zorgen dat er middelen zijn waarmee we controle houden over welke gegevens worden verzameld, hoe deze worden verwerkt en met wie ze worden gedeeld.

Technologie ethici waarschuwen voor de toenemende inmenging van grote techbedrijven in steden: “Building the smart urban future cannot also mean paving the way for tech billionaires to fulfill their dreams of ruling over cities. If it does, that’s not a future we should want to live in”, aldus tech-ethicus Jathan Sadowksi naar aanleiding van het ontslag van privacy-expert Cavoukian.

In Nederland maken lokale overheden zich geen zorgen over deze inmenging. Vorige maand werd bekend dat Universiteit Utrecht gaat samenwerken met Google om luchtvervuiling te meten. Voor het oplossen en in kaart brengen van maatschappelijke problemen maken kennisinstituten en overheden zich steeds meer afhankelijk van tech-giganten, terwijl deze bedrijven erom bekend staan publieke waarden als autonomie, inclusiviteit en privacy aan hun laars te lappen.

Toch is Koiber niet per definitie tegen de inmenging van grote techbedrijven:

De Big Five ontwikkelen nu eenmaal de technologieën die wij dagelijks willen gebruiken. Je kunt ze beter insluiten in plaats van buitensluiten. Dan heb je in ieder geval nog zicht op wat er gebeurt. Het openstellen van data door grote partijen geeft kleinere bedrijven bovendien de kans om de data zelf te gebruiken. Dus het is niet zo zwart wit, het hangt af van de agenda van deze bedrijven en of ze open zijn of niet.

Open data bevatten geen persoonlijke informatie en zijn niet traceerbaar naar individuen. Maar de grenzen tussen de privésector, het bedrijfsleven en de overheid zijn aan het vervagen. Daarom moet er volgens Kloiber meer onderzoek worden gedaan naar wie wat implementeert en met welk doel, of het open source, privésector of overheid is, en wie van de data profiteert. Daarnaast wijst ze op het belang van alternatieve digitale eco-systemen die niet volledig winstgeoriënteerd zijn:

Het is gevaarlijk om allemaal van dezelfde infrastructuur afhankelijk te zijn die door één bedrijf wordt gefaciliteerd. Omdat er weinig financiering is voor alternatieve technologieën is het Prototype Fund opgericht. Daarmee betrekken we meer mensen in de tech sector die niet alleen vanuit een winstoogmerk werken.

Het succes van smart cities hangt volgens Kloiber af van wie het beleid implementeert, wat er gedocumenteerd is ten aanzien van apparaten die op het internet zijn aangesloten en wie controleert wat er met de data gebeurt. In Barcelona gaat dat bijvoorbeeld heel goed. Daar krijgen alle inwoners toegang tot data waarmee zij kunnen inspelen op lokale problemen, bijvoorbeeld door stappen van politici af te dwingen.

© Leyla Ali

Daarnaast is belangrijk dat niet alleen steden slimmer worden, maar ook burgers. Daarvoor hebben zij toegang tot informatie nodig, bijvoorbeeld verkeersdata of data over de luchtkwaliteit. Dat stelt hen in staat om geinformeerde beslisslingen te maken over hun stad of wijk.

Data ongelijkheid

Big data toepassingen en algoritmen bieden niet altijd de beste oplossing voor een probleem. Politici gaan soms verkeerdom te werk: in plaats van het probleem als vertrekpunt te nemen, nemen ze de technologie als vertrekpunt.

Sommige politici beginnen met een buzzword of technologie waar ze enthousiast over zijn, in plaats van het probleem als vertrekpunt te nemen.

Welke gevolgen dat kan hebben voor de samenleving kunnen we lezen in het boek Automating inequality van politiek wetenschapper Virginia Eubanks. Aan de hand van schrijnende praktijkvoorbeelden beschrijft ze op welke manier migranten, seksuele minderheden, armen en gestigmatiseerde groepen stelselmatig door algoritmen worden benadeeld. Omdat zij intensiever worden gemonitord dan sociaal-economisch bevoordeelde groepen, is er meer data over hen beschikbaar waarmee Amerikaanse overheden en bedrijven een regime van surveillance, risicoprofilering en uitsluiting hanteren.

Kloiber vindt dat er meer onderzoek nodig is om te kijken welke rol open data spelen bij zowel het reproduceren als voorkomen van ongelijkheid:

Jammer genoeg wordt er nog weinig onderzoek gedaan naar de kansen en bedreigingen van open data. Ik ben bekend met één studie in New York van Data and Society naar de invloed van open data op culturele segregatie in het onderwijs. Wanneer ouders toegang hebben tot datasets over verschillende scholen in hun wijk, bleek dat geen positief effect te hebben op de segregatie.

Naast onderzoek, moet de politiek zich meer gaan richten op het doorgronden van maatschappelijke problemen. Politici zijn vooral gericht op het toepassen van nieuwe technologieën en praten te weinig over de echte uitdagingen:

Elke technologie zou nuttig kunnen zijn, maar je moet de omvang van de uitdaging begrijpen voordat je besluit welke technologische toepassing het beste past. Vorige maand informeerde de Duitse minister van gezondheid bijvoorbeeld naar bruikbare toepassingen van blockchain voor de gezondheidszorg. Blockchain kun je overal op toepassen maar in veel gevallen voegt het niets toe. Dat gebeurt wel vaker met politici: ze beginnen met een buzzword of een technologie waar ze enthousiast over zijn, in plaats van de problemen als vertrekpunt te nemen.

In Nederland gebeurt dit ook. Dit jaar ontving socioloog Dorien Zandbergen de Prijs voor Publieke Sociologie naar aanleiding van haar documentaire over het Amsterdamse smart city beleid. Ze volgt onder andere een open source project waarbij burgers de luchtverontreiniging in hun eigen wijk meten, maar de apparaten doen niet wat ze beloven en de data zijn moeilijk te interpreteren. Vervolgens maken we kennis met een bedrijf dat eenvoudige buisjes ontwikkelt die luchtverontreiniging analoog meten. Omdat de technologie niet digitaal is, worden de buisjes niet als innovatief beschouwd en wil de gemeente het bedrijf niet sponsoren, terwijl burgers de analoge metingen beter begrijpen.

Burgers hebben meer aan ‘rauwe data’ over de besteding van overheidsbudgetten dan aan beleidsstukken.

De belofte van digitale innovatie en dataverzameling wordt soms belangrijker gevonden dan de vraag of de toepassing echt werkt. Dat sluit volgens Kloiber niet aan bij het idee achter open data. Data zouden niet op de eerste plek mogen komen, maar moeten altijd een hoger maatschappelijk doel dienen:

Open data gaat over toegang tot relevante informatie die al reeds verzameld wordt en publiekelijk zou moeten zijn. Niet over welke data we allemaal nog meer moeten gaan verzamelen. Bijvoorbeeld informatie over hoeveel geld een lokaal bestuur heeft besteed aan de renovatie van een schoolgebouw. In plaats van artikelen en beleidsstukken te lezen hebben burgers meer aan ‘rauwe data’ over hoe overheidsbudgetten worden besteed.

Ben jij benieuwd naar onze data-toekomst en welke data-valkuilen we moeten vermijden voor een eerlijkere wereld? Bestel dan tickets voor de Privacyrede met politiek wetenschapper Virginia Eubanks op 16 januari in TivoliVredenburg.