In het digitale maatpak genaaid

In het digitale maatpak genaaid
2 aug 2016 – Leestijd 10 min

In het digitale maatpak genaaid

Hans Schnitzler
Hans Schnitzler (1968) is filosoof en publicist.

Wanneer je maar lang genoeg in het internet staart, staart het internet ook in jou.

‘Wanneer je maar lang genoeg in de afgrond staart, staart de afgrond ook in jou’, schreef Nietzsche. Een eigentijdse variant op deze uitspraak zou kunnen luiden: Wanneer je maar lang genoeg in het internet staart, staart het internet ook in jou.

Wanneer je maar lang genoeg in het internet staart, staart het internet ook in jou.

Zo heeft Allesverkoper Amazon onlangs een patent aangevraagd op anticiperende pakketbezorging. Dat moet het bedrijf de mogelijkheid geven om op basis van je onlinezoekgeschiedenis, je sociale mediagebruik of andere digitale sporen die je achterlaat, boeken te bezorgen nog voordat deze besteld zijn. Dit alles uiteraard tegen aantrekkelijke kortingen en, mochten de ambities van Amazon bewaarheid worden, met behulp van drones.

Pizzaketen de Pizza Hut heeft, het adagium van Nietzsche indachtig, ambities om het horrorkabinet van het onderbewuste te openen. Naar verluidt experimenteert men aldaar met een zogenoemd ‘subconscious menu’. Het schijnt namelijk dat menig pizzahutbezoeker, geconfronteerd met een al te overvloedige spijskaart, een keuze maakt waar hij of zij naderhand spijt van heeft. Uit onderzoek blijkt evenwel dat de pizza op het menu waar het oog van de klant als eerste op valt en even bij blijft hangen, dat daar het werkelijke verlangen naar uitgaat. En dus heeft men een slimme menukaart ontwikkeld die, met behulp van sensoren, je werkelijke pizzavoorkeur na drie seconden weet te achterhalen. Zo behoort de pizzakeuzestress definitief tot een analoog verleden.

Achmea wil slimme meetkastjes in auto’s plaatsen waarmee men rijgedrag kan analyseren om, bij goed gedrag, premiekortingen te kunnen aanbieden. Een particuliere universiteit in de VS verplicht studenten slimme armbandjes om te doen. Bewegen bevordert namelijk de studieresultaten. Studiebollen moeten minimaal 10.000 stappen per dag zetten, zo niet, dan betalen zij met studiepunten.

Het Internet der dingen

Het internet der dingen: een hele beestenbende aan samengeklonterde, slimme apparaten die met elkaar, met ons en onzichtbare derden communiceren, dit internet van alles: de menselijke fantasie schiet eenvoudigweg te kort om zich een voorstelling te kunnen maken van de duizend-en-een mogelijkheden tot technologisch bemiddelde mensendressuur. Met een variant op Gunther Anders’ notie van de geantiqueerdheid van de mens, zou je kunnen zeggen dat de analoge mens een antiek meubelstuk is in een digitaal ingerichte kamer. Vrij zijn de dingen, onvrij is de mens, luidde het adagium van deze denker.

Gelukkig zijn er romanciers die onze verbeeldingskracht weten te bevrijden. Het is natuurlijk slechts een kwestie van tijd alvorens Gary Steyngarts toekomstbeeld in zijn roman ‘Supertriest waargebeurd liefdesverhaal’, werkelijkheid wordt: een apparaat dat jouw en andermans neukbaarheidsfactor bijhoudt. In een werkelijkheid waar de fictie voortdurend door de feiten op de hielen wordt gezeten, blijken sommige literaire hersenspinsels al bijna realiteit voordat de inkt goed en wel opgedroogd is. Want wat te denken van Steyngarts ‘Hoge Nettowaarde Individuen’ en zogeheten ‘kredietpalen’ die burgers de mogelijkheid geeft elkaars kredietwaardigheid af te lezen?

Ja, dat doet inderdaad denken aan China waar men bezig is een systeem op te tuigen dat op basis van datasporen de morele kredietwaardigheid van burgers in kaart moet brengen en moreel wenselijk gedrag wil belonen.

Je kunt je natuurlijk afvragen wat nu precies het wezenlijke verschil is tussen het staat gereguleerde behaviorisme dat China nastreeft en het markt gereguleerde behaviorisme dat in onze contreien zo populair is. Zoals mijn eerdere voorbeelden al illustreerden: geavanceerde gadgets en even slimme als louche meet- en weet apparatuur maken dromen, verlangens en voorkeuren zichtbaar waarvan we onszelf niet eens bewust zijn. Ook bij ons probeert men met behulp van slim surveillancespul gedrag te voorspellen en te sturen, de mens te disciplineren en te conditioneren.

De Amerikaans hoogleraar Soshana Zuboff, verbonden aan de Harvard Businessschool, heeft hier onlangs een pakkende term voor gemunt: surveillancekapitalisme, een vorm van toezicht dat tot doel heeft het menselijke handelen voorspelbaar en, zo je wilt, marktconform te maken. Met dien verstande dat ook bij ons markt- en staatspartijen in voorkomende gevallen bij elkaar tafel schuiven om zich aan een copieus datadiner te zetten. Denk alleen al aan het NSA-afluisterschandaal. Of denk aan het nieuwe Systeem Risico Indicatie dat in Nederland op 1 september 2014 geruisloos is doorgevoerd, een systeem dat het mogelijk maakt om via datamining en patroonherkenning van een veelheid aan digitale bestanden te voorspellen of er een belastingontduiker in de belastingbetaler schuilt. Deze doorlichting van de burger geschiedt volgens dezelfde methodiek waarmee men profielen van criminelen en/of terroristen opstelt.

Onschuldpresumptie

De onschuldpresumptie, een van de fundamenten van onze rechtsstaat, komt hiermee onder druk te staan. Sterker nog, ze neigt naar haar omdraaiing: u bent schúldig tot het tegendeel bewezen is. Daarmee stuiten we op het wezen van terreur zoals Hegel dat begreep: een situatie waarin verdenking onmiddellijk overgaat in veroordeling.

Je zou kunnen zeggen dat zowel in het oosten als in het westen een diepgewortelde, atavistische argwaan heerst ten aanzien van menselijke motieven in het bijzonder en menselijk handelen in het algemeen. Onze handelingen zijn namelijk niet alleen onomkeerbaar - ‘gedane zaken nemen geen keer’ - de gevolgen ervan zijn ook nog eens volstrekt onvoorspelbaar en onoverzichtelijk. Eén enkele daad kan een hele keten van reacties in gang zetten die letterlijk tot het einde der tijden voortduurt, om de filosofe Hannah Arendt te parafraseren. Het is een even fascinerende als verontrustende gedachte. Feitelijk betekent zij dat de mens die handelt nooit weet wat hij doet.

De hele geboekstaafde geschiedenis lang hebben denkers en doeners zich dan ook het hoofd gebroken over de vraag: hoe de menselijke kudde zo te temmen dat ze ons niet meer voor onverwachte verrassingen stelt. Een vraagstuk dat in wezen neerkomt op het verlangen om menselijke handelingen voorspelbaar te maken en derhalve te neutraliseren. Van Plato’s ideale staat, waar de koning-wijsgeer absolute maatstaven aan de kudde moest opleggen, tot aan de grote tirannieën van de twintigste eeuw, heeft men zich in woord en daad, met meer of minder succes, aan deze opdracht gewijd.

Data en algoritmen die zich kruiperig in slimme apparaten nestelen brengen de verwezenlijking van deze droom binnen handbereik. Een droom waar de gemiddelde despoot zijn tirannieke vingers bij zou aflikken. En dat doet hij natuurlijk ook, al zijn onze democratisch gekozen dwingelanden meer van het zachte soort. In het postideologische tijdperk laten zij zich vooral leiden door twee preoccupaties waarmee de massa’s zich nog wel laten conditioneren en disciplineren: veiligheid en gezondheid. Ter bevordering hiervan laat men de digitale sleepnetten zakken en worden de datazeeën langzaamaan leeggevist, waarna de vangst met behulp van algoritmen tot hapklare brokken wordt verwerkt.

De techno-utopische vloek

Wat voor veel techno-utopisten een zegen is, komt mij vooral als vloek voor. Wie namelijk zijn psyche - zijn hoop, angsten, dromen en gedachten - al dan niet vrijwillig uit handen geeft, verliest feitelijk zichzelf. En als er geen zelf meer is, als je alleen nog maar een ding bent, een hoopje informatie, gereduceerd tot grondstof voor datahandelaren, dan word je vroeg of laat een object ter manipulatie. Exclusieve toegang tot je gedachten is de noodzakelijke voorwaarde voor zelfbeschikking; de mens die dit privilege verliest, is een naakt mens, gestript van zijn waardigheid en vrijheid.

Dat het door slimme apparaten geëntameerde datadelirium vaak als bevrijdend wordt ervaren, hoeft misschien niet te verbazen. Door oplossingen voor problemen te definiëren in termen van hun calculeerbaarheid, fungeert het data delirische ethos als bezweringsformule voor het menselijk tekort. Is een probleem of ongerijmdheid nog niet opgelost, dan is dat eenvoudigweg een kwestie van meer data of beter rekenwerk, Kortom: plemp de publieke ruimte en de privésfeer vol met slimme meet- en weetapparatuur, en een heerlijk rimpelloos, binair bestaan lacht je tegemoet. Anders gesteld: Smart cities, dumb citizens; smart homes, dumb husbands & wives.

Zo ziet het ernaar uit dat de inwoners van Cybertopia binnenkort geen beslissingen meer hoeven te nemen of lastige morele dilemma’s hoeven op te lossen, die komen namelijk eigenstandig uit de lantaarnpalen en koelkasten rollen. De definitie van goed en kwaad, wat de onbedorven geest onderscheidt van de bedorven geest, de niet-crimineel van de crimineel, gezond gedrag van ongezond gedrag; onze algoritmische orakels bewaken de grenzen, u kunt rustig gaan slapen.

Deze dataïstische toestand creëert een soort halfslaap waarin men droomt dat er eenvoudige oplossingen bestaan voor ingewikkelde problemen en waarin subjectieve waarden worden omgetoverd in objectieve feiten. Onze slimme apparaten zijn namelijk helemaal niet zo slim. Het enige wat ze kunnen is patronen ontdekken en relaties van waarschijnlijkheid berekenen. Wat de brave huisvader tot veelvraat maakt of wat hem mogelijkerwijs tot massamoord aanzet; het dataïsme is er blind en doof voor.

De enige norm is een rekennorm; de dataïst compenseert zijn gebrek aan verbeeldingskracht door haar met feiten te vullen, hij tracht metafysische en morele vragen letterlijk weg te cijferen. De waarheid van het dataïsme trekt de zin uit het leven. Het suggereert een absoluut weten, maar impliceert een absoluut niet-weten, Het vervangt de ambiguïteit van het waarom door een onverbiddelijk het-is-zo, tellen komt in de plaats van vertellen. Het dataïsme is in wezen een vorm van nihilisme, het ziet af van elke betekenisvolle samenhang of zin.

En zo gloort er een heerlijk nieuwe wereld aan de horizon die, op de vlucht voor de realiteit, de ambivalentie uit haar ervaringsdomein heeft verbannen.

Voor de gedesillusioneerden van vandaag is dit waarschijnlijk een hele opluchting, want daar waar normatieve keuzes overbodig worden, worden op termijn ook politici overbodig. Dit stille verlangen naar een vorm van algoritmisch bestuur, sluit overigens mooi aan bij de Libertarische visioenen die in Silicon Valley zo virulent rondzingen. De komst van de digitale heilstaat draagt de belofte in zich onze democratie om te toveren in een technocratie.

Wat de eigentijdse dwingelandij zo uniek maakt is dat zij - en ik citeer - mensen zover krijgt dat zij hun lijfeigenschap omhelzen en dat de conditionering erop gericht is te zorgen dat mensen hun onontkoombare sociale bestemming prettig vinden, als Aldous Huxley, de auteur van Brave New World. Kortom, in Huxley’s wereld staat net als in de onze het bevorderen van geluk, vrede, veiligheid en promiscuïteit centraal. En omdat de mens nu eenmaal makkelijker in het reine komt met een slecht geweten, dan met een slechte naam, laat hij zich maar al te graag in het digitale maatpak naaien.

Tot besluit: Probleem is niet zozeer de machine, de tablet of de robot, als wel de onwil of onkunde maatschappelijke eisen aan ze te stellen. Wanneer wij het bouwen van onze wereld exclusief aan ‘techies’ overlaten, dan worden wij op een goede dag wakker om te ontdekken dat we in Nerdistan beland zijn. Dat is een rijk dat voortdurend gehuld gaat in een dikke datanevel en waarvan de bewoners hun geestelijke vermogens - hun vermogen om te denken, te oordelen en te willen - volledig geoutsourced hebben aan pientere machientjes, oftewel aan bedrijven als Google en Facebook. Welkom in uw brave nieuwe wereld.

Chronische spijt is, daar zijn alle moralisten het over eens, een hoogst onwenselijk gevoel, schrijft Huxley in het voorwoord van Brave New World. Want hier voor hem en ons op het spel staat, is de vrijheid om ondoelmatig te leven, de vrijheid om een ronde pin in een vierkant gat te zijn. Kortom, laten we vandaag maar eens beginnen om een louche pin in een dubieus mensengat te steken. Benieuwd wat we tevoorschijn toveren.

Hans Schnitzler is filosoof en auteur van Het digitale proletariaat.