ROBOT ≠ MENS

ROBOT ≠ MENS

Magazine

De verschillen tussen mensen en robots worden volgens experts steeds onduidelijker. In de digitale werkplaats ROBOTS onderzoeken we de relatie tussen mens en robot. Top story


Siri Beerends donderdag 8 februari 2018
Inhoud: 

In de digitale werkplaats ROBOTS zet kunstenaar Casper de Jong in samenwerking met SETUP en de Vrijstaat, jong en oud aan het denken over de relatie tussen mensen en robots. In diverse ROBO-labs kunnen kinderen kijken, experimenteren, filosoferen en uitvinden hoe onze relatie met robots er in 2060 uit zal zien. 

Wie is hier de robot?

Bij de entree is een aparte ingang voor mensen en robots. Nu wandelen we misschien nog achteloos door de mensen ingang maar of dat in 2060 nog steeds zo vanzelfsprekend is? De verschillen tussen mensen en machines worden volgens experts steeds onduidelijker. Niet alleen doordat robots geavanceerder worden, maar ook doordat onze opvattingen over wat een mens en wat een machine is veranderen.

In 1920 werd de Progus uitgevonden, de vergeten voorloper van de robot die Casper exact heeft nagebouwd aan de hand van bouwtekeningen en gevonden objecten. Op de chronologische tijdlijn zien we hoe robots door de jaren heen steeds menselijker zijn gemaakt. Mijlpalen als Deepblue, Mars Pathfinder en Robocub brengen ons naar het jaar 2008 waar een foto hangt van de Japanse robotingenieur Hiroshi Ishiguro. Hij staat naast de Geminoid, een robot die hij ontwikkelde naar zijn evenbeeld, maar wie nou wie is?

Zijn artificiële dubbelganger is geïnspireerd op de overtuiging dat mensen en robots hetzelfde zijn, een opvatting die allang niet meer alleen in Japan heerst waar mens en robot al van oudsher op gelijke voet staan.

Volgens transhumanisten zullen de verschillen tussen menselijke en artificiële breinen in de toekomst volledig verdwijnen.

Deze voorspelling wordt onderschreven door een aantal evolutiebiologen die stellen dat we er maar beter alvast aan kunnen wennen dat onze menselijke intelligentie niet specialer is dan die van een robot. Elke wetenschappelijke doorbraak maakt de mens minder uniek. Met de uitvinding van de telescoop bleken we niet het centrum van het universum te zijn, met de opkomst van de evolutiebiologie bleken we geen creaties van God te zijn en nu zijn er de robots die ons van onze troon stoten. We worden overspoeld met nieuwsberichten over robots die ons op allerlei terreinen evenaren of inhalen.

Zo zijn er robots die boeken schrijven, danspartners vervangen, journaals voorlezen en officieel staatsburger worden. Maar worden de menselijke kwaliteiten die aan robots worden toegeschreven niet schromelijk overdreven?

Het Harry Potter hoofdstuk dat door een robot werd geschreven ging afgelopen december viral, maar niet omdat het een literair hoogstandje was. Het begint al bij de titel: "Harry Potter en het portret van iets dat op een hoop as lijkt". Het hoofdstuk staat vol met zinnen als: “De robot laat Ron dus waanzinnig tapdansen en vrijwel meteen daarna Hermione’s familie opeten.” Geen aanbeveling dus om J.K. Rowling te laten vervangen door een robot.

Ook zou een robot net zo goed als een mens foto’s weten te herkennen. Dat hij een met stickers beplakt verkeersbord aanziet voor een koelkast vol levensmiddelen lees je in al die jubelartikelen niet terug. Een computer kan foto’s steeds beter categoriseren maar dat betekent niet dat hij begrijpt wat hij ziet en foto’s herkent op de geavanceerde manier waarop mensen dat doen.

Een ander voorbeeld zijn robots met gezichts-, spraak en gevoelsherkenningstechnologie die in de zorg worden ingezet. In documentaires over robots genaamd Zora en Alice kunnen we zien hoe ouderen praten over verloren partners terwijl de robot ‘luistert’ en prettige dingen terug zegt. Wat voor zowel de kijkers als de ouderen buiten beeld blijft is dat een mens in het feedbackproces meehelpt bij het bepalen van de antwoorden. Daardoor lijkt het alsof de robot al die sociaal geavanceerde antwoorden zelf bedenkt.

Zoveel kunnen onze huidige robots dus nog helemaal niet. Maar dat vergeten we doordat we onze menselijke kwaliteiten miskennen en allerlei menselijke eigenschappen aan robots toedichten.

Antropomorfisme

Op welke manier je een machine menselijker kunt maken kunnen kinderen en jongeren ervaren in de digitale werkplaats. Bijvoorbeeld door hun eigen Smartphone aan te kleden en hem een naam te geven. Gemonteerde ogen en armen kunnen de meest basale apparaten veranderen in een schattige robot. Of waren ze voor hun transformatie ook al een robot? Casper laat zien op welke manier we worden omringd door robots maar ze niet altijd herkennen omdat ze niet allemaal een hoofd met ogen hebben.

Antropomorfisme –het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan niet menselijke wezens, is een terugkerend thema in ROBOTS. Ook al zijn robots levenloze objecten zonder bewustzijn, we vinden het onaangenaam om te kijken naar beelden van robots die met een stok worden geslagen of op een andere manier ruw worden behandeld. Kijk maar eens naar dit schattige robothondje:

Deze inmiddels oorloze hond werd door Casper gescalpeerd voor het robotdierenasiel. Zijn gestripte robotdieren geven ons een kijkje in de technologische werkelijkheid van elektriciteitsdraden en computerchips die verscholten ligt achter al die schattige vachtjes.

Door robots aandoenlijker en 'menselijker' te maken ervaren we gemakkelijker een band met ze, maar of dat ook altijd wenselijk is?

Mens-robot relaties roepen ethische discussies op. Bijvoorbeeld over de vraag wat de meerwaarde is van een sociale band met een wezen zonder bewustzijn.

De toenemende inzet van zorgrobots gaat bijvoorbeeld gepaard met zorgen over misleiding. Ouderen kunnen ten onrechte denken dat zij een wederkerige band met een robot kunnen aangaan doordat ze de technologische aard van de robot niet begrijpen of doordat hun omgeving mee gaat in de bereidheid om te antropomorfiseren.

Gij zult uw robot (niet) liefhebben

De filosofe Donna Harraway schreef in haar beroemde Cyborg Manifesto: "onze huidige machines zijn onthutsend levendig en wijzelf schrikbarend inert." Mensen kunnen inderdaad sociaal gebrekkig zijn, maar of dat een goede reden is om met je robot in het huwelijksbootje te stappen of samen een kind te maken?

Sherry Turkle (Professor Social Studies of Science and Technology, MIT) doet onderzoek naar de interactie tussen mensen en robots. Volgens haar verwachten we steeds meer van technologie en steeds minder van onze menselijke soortgenoten. Sociale interactie met een robot kan anti-sociale effecten hebben zodra mensen geen waarde meer hechten aan het bewustzijnsniveau van hun interactiepartner. In een gesprek met een robot ligt de nadruk op zenden in plaats van sociale wederkerigheid. Een robot zal ons niet snel tegenspreken of kritiek leveren waardoor mensen vanuit gemakzucht een robot kunnen verkiezen boven menselijk contact.

In de sciencefiction film Her (2013) zien we dat gebeuren bij hoofdpersonage Theodore die verliefd wordt op zijn pratende besturingssyseem die hem beter kan behagen dan wie dan ook. ***spoileralert*** Uiteindelijk beëindigt Theodore de relatie vanwege de duizend liefdesrelaties die het systeem er simultaan op na houdt met andere gebruikers. Exclusiviteit is voor veel mensen een voorwaarde om een intieme band te kunnen onderhouden. Wanneer je afspreekt met een vriend is het waardevol dat hij speciaal voor jou tijd maakt, maar hoe exclusief is de aandacht van een robot die geen quality time hoeft te verdelen?

Een mens kan verlangen naar de aandacht van een robot maar een robot voelt geen verlangen naar menselijke aandacht. Al lijkt dat soms wel zo. In de digitale werkplaats kun je met een koptelefoon luisteren naar de smartphone van Casper. Het apparaat smeekt bezoekers op een verlangende toon hem niet alleen te laten of in te ruilen voor een moderner exemplaar. Robots kunnen allerlei snaren raken en gevoelens losmaken, maar deze komen slechts van één kant.

Misschien kunnen wij ons verplaatsen in de algoritmische logica van de robot maar andersom kan de robot zich niet in ons verplaatsen.

Op de ROBOTS expositie wordt je daaraan herinnerd wanneer je voor het scherm staat waarop je jezelf kunt zien zoals een robot jou ziet. Robots hebben sensoren die licht en afstand meten waardoor ze ons in de vorm van een pointcloud registreren.

Voor een robot zijn mensen niet meer dan een verzameling punten en strepen. Sta daar nog maar even goed bij stil voordat je overweegt een romantische relatie met je robot aan te knopen.

Robot ≠ mens

Robots kunnen indrukwekkende dingen doen omdat ze in de afgelopen decennia meer rekenkracht hebben gekregen, meer in verbinding staan met elkaar en meer data tot hun beschikking hebben maar aan de onderliggende intelligentie is weinig veranderd. Het gaat nog altijd om patroonherkenning in grote hoeveelheden data en daarmee omvat je slechts één aspect van het concept intelligentie. Robots zijn goed in specifieke taken zoals schaken en Go, maar onze wereld is minder rechtlijnig dan een een spelletje Go.

Er zijn dan ook een hoop aspecten waarop ze het tegen ons afleggen. Bewustzijn, empathie, creativiteit, moraliteit en het vermogen om intuïtief sociale en emotionele contexten te begrijpen zijn eigenschappen waaraan het robots ontbreekt. Door te antropomorfiseren vergeten we soms dat robots geen empathisch vermogen hebben maar slechts empathie simuleren. Ook begrijpen ze ons taal en emoties niet, ze simuleren dat ze onze taal en emoties begrijpen.

De opvatting dat mensen en robots hetzelfde zijn werkt als een selffulfilling prophecy.

Neem bijvoorbeeld de overtuiging dat obers vervangen kunnen worden door robots die efficiënter bestellingen kunnen rond brengen. Het vak is complexer dan dat: een goede ober moet zich kunnen verplaatsen in de klant, de sfeer pijlen, lichaamstaal herkennen en inspelen op onverwachte situaties. Om een robotober zijn werk te laten doen moet je op voorhand je gedrag aanpassen omdat hij geen sociaal genuanceerde contexten kan onderscheiden: je moet gestructureerde bewegingen maken, eenduidige gezichtsuitdrukkingen laten zien en vooral niet per ongeluk je hand omhoog doen terwijl je niets wilt bestellen.

Om goed door een robot begrepen te worden moeten wij ons meer als een robot gaan gedragen. Robots worden dus niet alleen menselijker gemaakt, mensen gaan zich ook meer als een robot gedragen en zichzelf als een robot ervaren. 

Complementaire samenwerking

In plaats van te vrezen voor superrobots die onze banen inpikken, kunnen we ons beter zorgen maken over het toenemend aantal beslissingen en taken dat we uitbesteden aan artificieel intelligente systemen waardoor we onze autonomie, creativiteit en sociale intelligentie verwaarlozen en minder op onze eigen capaciteiten vertrouwen.

Onze menselijke intelligentie heeft het potentieel om het ontbrekende bewustzijn bij robots te compenseren, hen complementair aan te vullen en harmonieus met ze samen te werken. Maar wanneer je menselijke kwaliteiten zoals bewustzijn, empathie en creativiteit uitholt om te beargumenteren dat mensen en robots hetzelfde zijn, wordt een complementaire samenwerking wel erg lastig.