Touwtje uit de brievenbus? Nee, Whatsapp-buurtpreventie!

Touwtje uit de brievenbus? Nee, Whatsapp-buurtpreventie!

Magazine
© Flitsnieuws.nl

Hoe staat het er voor met het vertrouwen in onze directe leefomgeving: de straat? Top story


Ellen Bijsterbosch woensdag 19 april 2017
Inhoud: 

Toen oud-politicus en schrijver Jan Terlouw eind november 2016 de metafoor van het ‘touwtje uit de brievenbus’ in zijn DWDD-monoloog aanhaalde, ontstond er een levendige discussie in de media. Zijn pleidooi voor het herstellen van vertrouwen in de samenleving ontroerde en raakt bij velen een gevoelige snaar. Op Twitter en Facebook wemelde het van de lofbetuigingen. ‘Kraakheldere taal over hoop en vertrouwen’, schreef Youp van het Hek in zijn NRC-column. Kritiek was er ook. Te sentimenteel en nostalgisch. De samenleving die Terlouw beschreef was volgens critici allang verleden tijd.

 Laten we daarom de metafoor eens ontdoen van zijn abstractie en letterlijk nemen. Want hoe staat het er nu precies voor met het vertrouwen in onze directe leefomgeving: de straat? Hoe veilig voelen we ons in onze eigen buurt? Het verlangen naar de spruitjestijd van het ‘touwtje uit de brievenbus’ mag dan alom aanwezig zijn, de realiteit anno 2017 laat zien dat deze al lang is vervangen door een nieuw fenomeen: het Whatsapp-buurtpreventiebordje.         

In tamelijk korte tijd is deze digitale buurtpreventie in Nederland ingeburgerd geraakt. Een groeiend aantal buurten in het land maakt gebruik van (veelal) de berichtendienst Whatsapp om elkaar te waarschuwen voor onguur gedrag in de buurt. Uit onderzoek van Novia Data blijkt dat momenteel 15 % procent van de Nederlanders er gebruik van maakt en dat zo’n 64 procent van de Nederlanders zegt open te staan voor digitale buurtpreventie.

De snelle opkomst van de digitale buurtpreventie past naadloos in een trend die in Amerika - waar ze al wat verder zijn met deze ontwikkelingen - ook wel ‘community policing’ wordt genoemd. De burger krijgt een actievere rol in het bewaken van de veiligheid, en wordt daarmee een paar extra ‘ogen en oren’ van de politie. In zijn proefschrift Burger op de wacht (2016) laat de Rotterdamse socioloog Vasco Lub zien dat buurtpreventie, in de vorm van wijkpatrouilles, veiligheidsmaatregelen én in toenemende mate Whatsapp-groepen, sterk in opkomst is in Nederland. In bijna de helft van de Nederlandse gemeenten zijn nu zo in totaal 700 buurtpreventieteams actief.

Met name ouderen denken dat hun buurt hier veiliger van wordt. Tegenover ons verlangen naar vertrouwen, staat klaarblijkelijk ook een groeiende roep voor meer controle en veiligheid. Bijten die twee elkaar niet?

Hoe wenselijk is het om de publieke ruimte louter door de bril van veiligheid te bezien?

Veiligheid als utopie

De burgerwacht stuit meteen op een moreel vraagstuk. Want hoe wenselijk is het om de publieke ruimte louter door de bril van veiligheid te bezien? Volgens Lub ligt bij de burgerwacht al snel ‘beroepsdeformatie’ op de loer. ‘Het ideaal van veiligheid wordt verheven boven andere idealen (bijv. een esthetisch aansprekende publieke ruimte of privacy van bewoners)’.

Dit ligt in lijn met wat criminoloog Hans Boutellier al in 2005 in zijn boek De veiligheidsutopie constateerde: veiligheid is in toenemende mate hét dominante ordeningsprincipe geworden van de Nederlandse samenleving. Van het iconische Hollandse ‘touwtje uit de brievenbus’ naar het Amsterdamse ‘spionnetje’ (een schuin geplaatst spiegeltje buiten het raam waarmee de bewoners ongezien hun buren en toevallige passanten konden begluren) om vervolgens uit te komen bij digitale buurtwacht: onze onvervulbare verlangens naar vrijheid worden op veiligheid geprojecteerd. Boutellier: ‘Juist door haar grote vitaliteit: mensen krijgen alle vrijheid om zich te ontplooien. Maar die vrijheid brengt een gevoel van onveiligheid met zich mee: we zijn bang dat anderen zich misdragen, dat wijzelf ons misdragen. Vandaar het utopisch verlangen naar veiligheid.’ De snelle en vrijwel kritiekloze omarming van het Whatsapp-bordje in de buurt, lijkt de meest recente uiting van dit toenemende geloof in veiligheid als belangrijkste ordeningsprincipe van de samenleving.

Hoewel onderzoeken laten zien dat het Whatsapp-bordje inbrekers afschrikt en wijken er veiliger van worden, zijn er ook bedenkingen. Ten eerste stuit men op een psychologisch gegeven: de overmatige focus op veiligheid leidt juist paradoxaal tot een afname van het (subjectieve) veiligheidsgevoel. Simpel gezegd: hoe meer blauw op straat, des te meer reden voor onveilige gevoelens.

Een tweede element is het onvoorziene neveneffect. Extra ‘burgeroren en ogen’ op straat kan namelijk ook een voedingsbodem zijn voor stigmatisering en doorgeschoten sociale controle. Een voorbeeld hiervan is de commotie die in september 2015 ontstond rondom een particulier opgerichte buurt WhatsApp-groep in Aalburg. Drie maanden na oprichting ontstond er in de groep, die toen al bestond uit 600 deelnemers, een grimmige sfeer die uiteindelijk ontaardde in stigmatisering van mensen met een Oost-Europees uiterlijk. Elke pool die met zijn auto in het dorp stil stond kreeg meteen het stempel ‘verdacht’ of ‘potentieel crimineel’. Na 7 maanden werd de stekker uit de online groep getrokken.

Ook cultureel antropoloog Sinan Çankaya merkt deze voedingsbodem voor stigmatisering op. Hij deed jaren onderzoek naar etnische profilering bij de Nederlandse politie. In de Correspondent schrijft hij: ‘De rol van burgers in het aanmoedigen en versterken van etnisch profileren is een onbelicht fenomeen. Iets vergelijkbaars is zichtbaar bij de zogeheten buurtpreventieteams, waarbij burgers elkaar in WhatsApp- en Facebookgroepen waarschuwen en melding maken van ‘verdachte personen.' Mensen die niet ‘passen’ in de buurt, zijn verdacht. Zo blokkeerde een aantal boeren in Eemnes de weg van drie jonge ‘Marokkanen’ in een cabrio’. 

Whatsapp-groepen zijn al snel geen neutrale informatiebronnen meer zijn, maar eerder ‘echokamers’: cocons van zelfbevestigende informatie

Stigmatisering gevoed door technologie

Technologie fungeert hier niet alleen als hulpmiddel, maar ook als verlengstuk of zelfs aanjager van latent aanwezige sentimenten in de samenleving. Wat betreft de Whatsapp-groepen betekend dit dat het al snel geen neutrale informatiebronnen meer zijn, maar eerder ‘echokamers’: cocons van zelfbevestigende informatie.

Digitale vormen van buurtpreventie zullen mogelijk in de toekomst ook andere effecten sorteren. Een private partij zoals Securitas gaf eerder dit jaar al te kennen geïnteresseerd te zijn in de data van de inmiddels al 4600 aangemelde Whatsappgroepen in Nederland en België, maar ook de overheid in toenemende mate geïnteresseerd in de bergen data die apps als Whatsapp creëren. In een gesprek met de Volkskrant gaf de baas van de AIVD, Rob Bertholee, recentelijk al aan de encryptie van Whatsapp te willen beperken om zodoende de rechtsorde te beschermen. Het zou alleen gaan om ‘verdachte personen’, maar het is volgens velen een hellend vlak.

In 2015 publiceerde de Nationale Politie het rapport Predictive policing, kansen voor een veiligere toekomst. Predictive policing, oftewel voorspellend politiewerk, is het gebruik van (big) data om crimineel gedrag te voorspellen en, als het even kan, in te grijpen nog voordat de misdaad is gepleegd. Al die Whatsappgroepen in het land, en de data die ze produceren zouden natuurlijk in de toekomst bijzonder behulpzaam kunnen zijn om het CAS (Crime Anticipation Systeem) zo effectief mogelijk te maken. Hoe meer data, hoe beter. Wat gaat de politie doen met al die echokamers?

Positieve veiligheid, positieve data

Wat kunnen we nu tegenover die negatieve en stigmatiserende databerg stellen? De almaar toenemende nadruk op preventie en risicoprofilering leidt volgens criminoloog Marc Schuilenberg tot een ‘securitisering’ van de samenleving. Hij pleit voor een andere benadering van veiligheid, een die uitgaat van een positiviteit. Het idee is daarbij dat er niet gepoogd wordt om veiligheid te creëren vanuit emoties als argwaan, angst en wantrouwen, maar dat het wordt opgeroepen door positieve gevoelens als ‘verbondenheid’ en ‘geborgenheid’. Schuilenberg: ‘Veiligheid hoeft niet louter ‘eng’ of ‘negatief’ te worden begrepen, maar geeft tevens ruimte voor een invulling met meer aandacht voor de betrokkenheid van burgers en gevoelens van solidariteit.’ Wie op deze manier kijkt ziet veiligheid niet alleen als bescherming van gevaar, maar eerder als een bijproduct van het versterken van de onderlinge verbondenheid.

 Dit sluit ook aan bij waar de snelle inburgering van het Whatsapp-bordje misschien indirect ook voor staat: een groeiend verlangen naar gemeenschapszin, zelfredzaamheid en geborgenheid. Het is daarom de vraag of deze eenzijdige focus op negatieve veiligheid van de Whatsapp-buurtpreventie wel recht doet aan dit dieper gelegen verlangen. Er zijn ook apps, zoals Buurtapp of Wij de Wijk, die vertrekken vanuit een veel bredere opvatting van wat belangrijk is voor de leefbaarheid voor een buurt of wijk. Hier fungeert de app als een online buurtplein waarop grote diversiteit aan geluiden, vragen en voorstellen voorbij komen. Dat is wellicht wenselijker dan een online plein waar bewoners alleen heen komen om elkaar te waarschuwen voor ongure types of verdacht makend gedrag. Online kan het ‘touwtje uit de brievenbus’ nog prima blijven hangen, als de post, of data, zo nu en dan ook maar positief is.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Ruben Jacobs