De Kunstenaar in Coveillance

De Kunstenaar in Coveillance

Magazine
© Arne Svenson

Welke rol spelen kunstenaars in de huidige surveillancecultuur?


Frank-Jan van Lunteren dinsdag 20 januari 2015
Inhoud: 

Je hebt wél iets te verbergen. Onder dat motto lanceerde medialab SETUP Utrecht drie landelijke campagnes om Nederlanders bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid in het privacyvraagstuk. “Want we geven niet alleen onze eigen, maar ook vaak elkaars data veel te gemakkelijk weg.” Drie duo’s van kunstenaars en opiniemakers zochten naar een eigen manier om die bewustwording te bereiken. Tegelijkertijd stelden we een onderliggende vraag; welke rol speelt de kunstenaar in de huidige situatie?

© Niklas Roy
My little piece of Privacy (2010)

Hoe Big Brother nooit ouder leek te worden

Met de onthullingen van Edward Snowden nam de wereld kennis van de grootschalige afluisterpraktijken door de Amerikaanse overheid. Zo kwam het PRISM-programma aan het licht, waarmee het mogelijk bleek om via achterdeuren allerlei gegevens uit Google, Facebook en andere online diensten te halen. Door al deze informatie te bundelen kunnen individuen tot op een zeer gedetailleerd niveau onder het vergrootglas worden gelegd.

Door de onthullingen van Snowden lijkt het aloude ‘Panopticon-principe’ van Engelse filosoof Jerry Bentham opeens weer actueel. Het achterliggende idee: iedereen gedraagt zich beter als we bekeken en gecontroleerd worden. De New York Times observeerde al in 2012 dat Spring Break —de beruchte vakantieweek voor studenten om stoom af te blazen— minder ‘wild’ leek te worden. Het risico om de hoofdrol te bemachtigen in een beschamende online video is immers nadrukkelijk aanwezig, met alle smartphone-camera’s die altijd op de loer liggen. Of zoals Eric Schmidt (oud-CEO van Google) het verwoordde: “If you have something that you don’t want anyone to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place.”

© Sylvain Vriens
I am always here (2008)
Als iemand de voyeur uithangt, is het wel de gewone burger. — Frank Mulder

Kunstenaar Syvain Vriens verwoordde dit in 2008 treffend met de installatie ‘I am always here’. In dit CCTV-systeem kan de toeschouwer via een scherm zichzelf in de ruimte zien staan. Alleen op het moment dat hij de camera recht aankijkt, wordt hij uit het beeld gefilterd. De boodschap is helder; wanneer je bewust wordt van het toezicht, ben je hoogstwaarschijnlijk niet langer een gevaar.

Met het Panopticon-principe wordt veelal de literaire science-fiction-thriller ‘1984’ van George Orwell aangehaald. Big brother is watching you; Orwell biedt satire op een politiek systeem dat als alziend oog de volledige grip heeft op het doen en laten van haar burgers. Orwell’s metaforen zijn ook nu leidend in het debat, maar het voorbeeld van Spring Break laat zien dat deze de lading niet dekken. Waar het gesprek in de jaren negentig nog ging over surveillance-camera’s op straat, lijkt er nu meer aan de hand. “Als iemand de voyeur uithangt, is het wel de gewone burger.”, aldus journalist Frank Mulder in De Groene Amsterdammer (2014). Deze ‘gewone burger’ overhandigt vaak haar data zonder moeite, als zij daar comfort, een gevoel van veiligheid of sociale waardering voor terug krijgt. “Wie het debat over toezicht, veiligheid en privacy beter wil voeren, heeft andere metaforen nodig” schreef Lynn Berger op De Correspondent (2014). Niet alleen omdat de betekenis van oude metaforen vervaagt, maar ook omdat containerbegrippen (‘privacy’) ons niet meer op alledaags en emotioneel niveau raken.

© Arne Svenson
The Neighbors (2002)

Surveillance Art bestaat al sinds er kleine, draagbare camera’s bestaan. Denk aan de Leica-camera’s uit de jaren dertig, waarmee Walker Evans in die tijd al sprekende ‘undercover pictures’ maakte. De fotoserie ‘The Neighbors’ van Arne Svenson uit 2012 is een recenter voorbeeld, waarin hij door de ramen van nietsvermoedende buren keek. In zekere zin gaat het hier om Voyeuristic Art; de kunstenaar treedt op als de ’surveiller’. Tegelijkertijd stelt dit werk wel de vraag wat ‘privé‘ betekent; is dat binnen de muren van eigen huis zoals bij Svenson, of kan dat ook gaan om enkel de assumptie dat er niemand meekijkt, zelfs als dat in de openbare ruimte is, zoals bij Evans? Voyeuristic Art gaat niet alleen om de activiteit van het gluren, maar ook om het bewustzijn dat iedereen op soortgelijke manier zelf bekeken kan worden zonder dat we ons daar van bewust zijn.

© Hasan Elahi
Thousand Little Brothers (2014)

Voor kunstenaars is dat element van bewustzijn een dankbaar onderwerp. Kunstenaar Hasan Elahi werd zich bijvoorbeeld bewust van het feit dat de FBI hem hoogstwaarschijnlijk in de gaten hield, op basis van een onterechte verdenking. Om hen hierin tegemoet te komen, fotografeerde hij dagelijks talloze nietszeggende details van zijn leven, die hij zelf jarenlang naar de FBI stuurde (2014). Ook kunstenaar Paolo Cirio speelt met het nietsvermoedend ‘bekeken worden’. In Street Ghosts (2012) haalt hij gefotografeerde passanten uit Google Street View, om hen als levensgrote posterprints weer op de fysieke locatie te hangen. Hiermee probeert hij te achterhalen onder welke voorwaarden ‘bekeken worden’ kwalijk wordt gevonden: “We worry about being naked on the street, but we don’t worry about being naked on the Internet.”

© Paolo Cirio
Street Ghosts (2012)

In het gebruik van gratis online diensten geven we veel informatie weg. Een deel lijkt bewust —een foto op Instagram, een statusupdate op Facebook— hoewel we er daar ook vanuit gaan dat het enkel ‘online’ staat. Zo maakte kunstenares Joyce Overheul in 2013 de roman ‘De drie maanden uit het leven van Rogier’, gebaseerd op alle data die een nietsvermoedende 17-jarige jongen online deelde.

© Joyce Overheul
Drie maanden uit het leven van Rogier (2013)

In de meeste gevallen weten we echter niet exact wat we weggeven en welke metadata er bijvoorbeeld om een enkele foto zit. Het werk ‘Google Alarm‘ van FAT Lab —een plugin voor de Firefox-browser uit 2010— maakt bijvoorbeeld een melding van elke keer dat een website informatie aan Google doorgeeft. Het resultaat; een voortdurende zoemende browser. Nu lijkt niet alle informatie die we ‘verkopen’ in ruil voor gratis online diensten even schadelijk, wellicht met uitzondering van naaktfoto’s (denk aan de ophef rondom Snapchat of iCloud). Maar doordat bedrijven al die persoonlijke data combineren, ontstaat er een heel nauwkeurig beeld van wie we ‘zijn’, wat we willen en wat we (gaan) doen. De installatie ‘Memopol-II’ van Timo Toots maakt dit bijvoorbeeld inzichtelijk, door talloze bronnen data te combineren in één geheel (2011). De interface van deze installatie doet denken aan sci-fi-decor, met de ironische ondertoon dat de onderliggende techniek al alledaags is geworden.

© Timo Toots
Memopol-II (2011)

Daarmee wordt het mogelijk om ons te sturen richting ‘gewenst’ gedrag, wat veelal commercieel gewenst gedrag is, maar ook sociaal of politiek gewenst gedrag kan zijn. Dit wordt ook wel ‘nudging’ genoemd, een subtiele sturing die je zelf amper doorhebt. Roos Vergouw maakte in haar eindexamenwerk ‘Inter achitecture’ al duidelijk hoe dat in non-digitale vorm werkt, door parkeergedrag van fietsers tot in het absurde te sturen.

Je hebt wél iets te verbergen

Om nudging te voorkomen of in elk geval doorzien, moeten we ons wellicht beseffen dat we wél iets te verbergen hebben. Daar kun je als individu eigen verantwoordelijkheid in nemen, maar dan moeten familie, vrienden en kennissen dat ook doen. Want we leven inmiddels in een ‘coveillance’, waar iedereen naar iedereen kijkt. In de dagelijkse praktijk taggen we elkaar op Facebook, laten we Gmail de inhoud van andermans berichten scannen, nodigen we onze hele contactenlijst uit voor een nieuwe online dienst en tweet de wijkagent foto’s van deelnemende kinderen tijdens het verkeersexamen. In die zin ‘verklikken’ we elkaar dagelijks, zonder er echt bij stil te staan. Het gemak waarmee we data weggeven werd treffend geïllustreerd door Branger_Briz in 2012. Zijn installatie ‘A Charge For Privacy’ laat voorbijgangers op openbare plekken hun smartphone opladen, mits ze bereid zijn om eigen data af te staan, met de expliciete melding dat deze voor allerlei doeleinden mag worden gebruikt. Hoewel verontrustend, heeft Branger_Briz enkel de voorwaarden van Facebook letterlijk gekopieerd.

© Branger_Briz
A Charge For Privacy (2012)

Wanneer passanten op straat worden gevraagd naar hun online gedrag, ontstaat er een scherpe tegenstelling. Aanvankelijk antwoordden zij veelal met “Ik heb toch niets te verbergen”, maar na doorvragen slaat dat snel om in “Dat gaat niemand iets aan”. Het eerste antwoord lijkt een sociaal wenselijk antwoord; we laten ermee zien dat we niets ‘verkeerd’ doen, om zo geen aandacht op onszelf te leggen. Kunstenaar Niklas Roy maakt die werking mooi zichtbaar in ‘My Little Piece of Privacy’ (2010). In deze installatie wordt een breed raam slechts voor een deel bedekt door een verticale strook vitrage. Doordat de beweging van langslopende passanten wordt getracked, schuift deze strook netjes met ze mee. Echter, deze poging om ze niet naar binnen te laten kijken, wekt uiteraard juist de interesse. Het overduidelijk willen verbergen heeft een tegenovergesteld effect.

De breedgedragen houding van “Ik heb niets te verbergen” lijkt weinig schadelijk, maar ondermijnt in zekere zin de ontwikkeling van nieuwe omgangsnormen die passend zijn voor de huidige maatschappij. Met al die ‘extra ogen’ (en bijbehorende risico’s op nudging) zou het wenselijk zijn dat we durven te zeggen “Ik wil niet dat je me opneemt, online zet, uitnodigt of onbeveiligde berichten stuurt”. Maar dat wordt pas de norm als we voldoende bekend zijn met de gevolgen.

Surveillance art

© Zach Blas
Face Cages (2015)

Het containerbegrip ‘privacy’ is ambigu. De gevolgen worden veel duidelijker als je laat zien waar privacy echt om draait, zoals (data)journalist Dimitri Tokmetzis reeds schreef: gelijkwaardigheid, solidariteit en rechtszekerheid. Op basis van (afwijkingen in) data kan er reden tot uitsluiting ontstaan, bijvoorbeeld in ziektekostenverzekering. Het huidige kunstproject ‘Face Cages’ van Zach Blas uit 2015 laat dit treffend zien. Blas gebruikt computermodellen van geabstraheerde gezichten, zoals deze in biometrische gezichtsherkenning worden gegenereerd en geanalyseerd. Hij maakt hier vervolgens draagbare maskers van, om duidelijk te maken hoe we dagelijks door software worden geclassificeerd op basis van gestandaardiseerde (en daardoor ideologische) schema’s. Het afwijken van die norm kan zichtbaar pijnlijk worden; een te donkere huidskleur hindert gezichtsherkenning, staar hindert irisscans en handen van Aziatische vrouwen worden niet herkend bij vingerafdrukscans. Kortom, kleine afwijkingen van de norm leiden tot een aparte behandeling.

Kunstenaar Mark Shepard trekt het onderwerp verder door in een ‘survival kit’ voor de moderne urbane mens. In de Sentient City Survival Kit zijn diverse objecten van de doorsnee stedeling (telefoon, koffiebeker, paraplu, ondergoed) voorzien van middelen om tracking tegen te gaan. Denk aan sensoren die RFID-lezers herkennen en LEDs die cameraherkenning van menselijke vormen onmogelijk maken. Waar dit type werken vooral zelfbescherming beoogt, gaan andere werken nog meer richting Hacktivism Art. Deze zijn aanvallender naar de meekijkende partij. De browserplugin ‘Scaremail’ van Benjamin Grosser uit 2013 voegt bijvoorbeeld automatisch een extra tekst toe in de footer van emails die je verzendt. Deze tekst bestaat uit woorden waar algoritmen van de NSA extra gevoelig voor zijn (‘plot’, ‘facility’). Deze ‘datavervuiling’ ondermijnt het email-surveillance-programma van de NSA, omdat betekenisvolle resultaten minder gaan opvallen.

© Mark Shepard
Sentient City Survival Kit (2010)

Kunstwerken onder de noemer ‘Surveillance Art’ zijn veelzijdig. Wat de meeste werken overeen hebben, is dat ze achterliggende (gedrags)patronen zichtbaar maken. Memopol-II confronteert met de verborgen hoeveelheden opgeslagen data. A Charge For Privacy laat de verborgen deal achter een gratis dienst zien. En My Little Piece of Privacy laat zien hoe de drang tot verbergen juist interesse wekt. Bovendien maken veel werken de vertaling naar het leven van alledag. Street Ghosts brengt het online Google Streetview terug in het offline straatbeeld. En in Thousand Little Brothers houdt Hasan Elahi de FBI op de hoogte van de meest triviale zaken uit zijn dagelijks leven.

In die vertaling mist er echter ook vaak iets. ‘Conversnitch’ van Brian House and Kyle McDonald uit 2014 is hier een voorbeeld van. Deze bureaulamp vangt gesproken privé-conversaties op, om daar vervolgens openbaar over te tweeten. Massasurveillance teruggebracht tot een aandoenlijk, alledaags Voyeurism-object dat stiekem meeluistert met een privégesprek. Hoewel deze vertaling tot de verbeelding spreekt, gaat het hier in het hele spectrum van groot naar klein steeds om bewust afluisteren met spionage als doel. In de meeste gevallen zijn we echter onbewust elkaars spion. Onbewust ‘verklikken’ we elkaar, door elkaar te taggen of door onze contactenlijst voor een nieuwe dienst uit te nodigen. Relatief weinig kunst adresseert dát aspect; die van gedeelde verantwoordelijkheid.

Relatief weinig kunst adresseert dát aspect; die van gedeelde verantwoordelijkheid.

Gedeelde verantwoordelijkheid is deel van een tijdsgeest. Zoals sociaal ondernemerschap en duurzaamheid de laatste jaren aan populariteit wonnen, kan ook privacy zich op die manier nestelen in het collectieve geweten. Uiteraard zijn dit trendgevoelige onderwerpen, die dankbaar door marketeers worden gebruikt. Toch groeit het aantal Privacy-by-design startups nu aanzienlijk, waarbij Heml.is of Ind.ie duidelijk ‘the new cool’ uitstralen. Kunstenaar Adam Harvey liet daarnaast al zien dat privacybeschermende kleding catwalk-waardig kan zijn en dus ‘in de mode’ zou kunnen raken.

People staring at surveillance

Een sterk werk dat misschien de tijdsgeest nog het best omschrijft is ‘People staring at computers’ van Kyle McDonald uit 2012. Hij bezocht diverse Apple Stores in New York, om daar stiekem eigen software op de Mac-computers te installeren. Deze software liet de webcam elke minuut een foto maken, selecteerde de foto’s waar gezichten op stonden en uploadde deze naar een centrale server. Dat leidde tot een prachtige fotoserie van oneindig veel emotieloze blikken in de webcam. Is dit beeld iconisch voor de huidige surveillancemaatschappij? Recentelijk gaf Hans de Zwart, directeur van Bits of Freedom, een speech over dit onderwerp. Hij benadrukte dat het schrikbarend is, hoe ogenschijnlijk onverschillig we de surveillancestructuren omarmen en in een rap tempo uitbouwen. ‘People staring at computers’ lijkt die onverschillige blik te vangen.

© Kyle McDonald
People Staring at Computers (2012)

Nieuwe beeldtaal

Om het debat over de surveillancemaatschappij nieuwe munitie te geven, lanceerde medialab SETUP drie landelijke campagnes onder de naam ‘Iedereen Spion’. Hierin lag specifiek de focus op coveillance en gedeelde verantwoordelijkheid. Volgens SETUP missen we momenteel namelijk goede iconische beelden die ons emotioneel raken (in tegenstelling tot puur rationele argumenten, die eindeloos gerelativeerd kunnen worden). Samen met opiniemakers en kunstenaars probeerden we de tijdsgeest te vatten in een nieuwe, prikkelende beeldtaal.

In ‘Iedereen Spion’ gaven beeldmakers invulling aan het coveillance-thema. Uit hun werk moet blijken dat we wél wat te verbergen hebben. Want om de discussie te voeren, is het belangrijk om met regelmaat onze (beeld)taal te verversen. Clichés over ‘privacy’, ‘big brother’ en ‘massasurveillance’ lijken nog steeds passend, maar onder de oppervlakte is de situatie aanzienlijk complexer geworden. Het zijn de hedendaagse kunstwerken die ons hier —soms subtiel, soms abrupt— opnieuw op laten reflecteren. Ze stellen ons in staat om beter te begrijpen hoe surveillancestructuren werken, en welke rol we daar zelf in spelen.

Ze helpen ons om meer te worden dan ‘people staring at computers’, die onverschillig in de camera blijven turen.