Pizzapanels en de dood van het intergenerationele gesprek
We vinden dat jongeren meer aan het woord moeten komen over digitalisering. Maar niet met pizzapanels a.u.b.
Eind 2023, we zitten midden in het wel/niet moment voor een smartphoneverbod in de klas, en SETUP heeft haar pijlen al gericht op het volgende onderwerp: Magister ook de klas uit graag. Twee jaar later stellen ook de Correspondent, NRC, de Volkskrant en Lubach dat leerlingvolgsystemen meer Big Brother dan een gezellige secretaris zijn. Goed nieuws! Eindelijk het besef dat de software die wij massaal inkopen voor onze scholen impact heeft op de jongeren die ermee moeten leven.
Maar voordat we de vlag uithangen nog een korte reflectie. Hoe zijn we eigenlijk tot deze grote openbaring gekomen, en bij wie is deze wijze les geland? Schoolleiders, ouders, docenten, media-experts, kunstenaars, beleidsmakers... We hebben iedereen gesproken toch?
Oh wacht, we zijn de leerlingen vergeten…
Het intergenerationele gesprek
Jong zijn anno 2026 is een paradox. Enerzijds leef je in een wereld met eindeloze mogelijkheden – iedereen een smartphone, een eindeloze stroom aan entertainment en databundels waar je in 2010 een fortuin aan kwijt zou zijn. De (digitale) wereld van jongeren is groter dan ooit. Maar we weten ook dat deze onbegrensde ruimte even beknellend als bevrijdend is. Online pesterijen, de perfectiecultuur van social media en natuurlijk; een leerlingvolgsysteem waar je 24/7 kunt checken of je echt niet per ongeluk de kladversie van je boekverslag hebt ingeleverd. Ohja, en je ouders kunnen je schoolprestaties (en de rest van je leven) altijd en overal bekijken.
Jongeren hebben het zwaar... En dat goed begrijpen, daar hebben volwassen het dan weer moeilijk mee. Jacqueline Kleijer stelde hier in een eerder SETUP-artikel dat "het voor jongeren erg lastig is om zichzelf hiertegen [de aantrekkingskracht van de smartphone] te wapenen". Kinderen hebben daarin hulp nodig van volwassenen. Een kind kan zichzelf niet opvoeden, maar om volwassen te worden "moet je fouten kunnen maken".
Moeten we jongeren loslaten of ze beschermen? Het antwoord op deze vraag is natuurlijk geen van beide uitersten. Elke ouder weet dat opvoeden een balans is tussen Pluk van de Petteflet en Another Brick in the Wall. Waar die balans ligt, is per kind en per situatie verschillend. Ook is de leefwereld van kinderen nu anders dan waar ouders zelf in opgegroeid zijn. Volwassenen moeten daarom opnieuw leren hoe het is om kind te zijn.
Het pizzapanel
Een van de manieren hoe we dit intergenerationele gesprek aangaan is met pizzapanels. Het woord behoeft weinig uitleg. Een panel, voor jongeren. Met pizza. Een kort (onnodig) bureauonderzoek (wat bestond uit het lezen van deze, deze en deze pagina) wijst uit dat pizzapanels geen vast format hebben. Pizza eten en vervolgens een workshop of bespreking.
De grote vraag die deze bijeenkomsten oproept: is pizza nou echt de grote verbindende factor voor het intergenerationele gesprek? Noem het azijnpissen, maar het het pizzapanel voelt als een platte lezing van de leefwereld van jongeren. Ik beeld me een kamer vol onderwijsveteranen in die zichzelf buigen over de vraag 'Wat vinden jongeren tof?' "Nou ehhh, we snappen niet veel van videogames, mijn zoon wil me ook niet vertellen wat hij leuk vindt want hij zit de hele dag op zijn telefoon. Pizza dan maar?" Pizza als verbindende factor voelt daarin gebrekkig. We lokken ouders toch ook niet naar een ouderavond met hypotheekrenteaftrek, 2+3 korting op Robijn wasmiddel en het Linda dubbeldik zomernummer?
Een tegenargument kan zijn: "Maar de pizza’s zijn gewoon een lokmiddel om het perspectief van jongeren te horen. Als zij daar eenmaal zijn, kunnen we naar ze luisteren en hun perspectief meenemen in onze beslissingen." De pizza’s zelf zijn inderdaad een plat, maar vrij onschuldig onderdeel van het probleem. Het diepere probleem zit in de paar aannames over hoe een succesvolle interactie tussen jongeren en ouderen verloopt. Jongeren worden gevraagd om naar de panels te komen en aan volwassenen uit te leggen wat er mis gaat. Jongeren mogen hier iets zeggen, maar er wordt verwacht dat ze dit binnen de kaders van volwassenen doen.
We missen hier twee belangrijke aspecten. De eerste is dat we als volwassenen verwachten dat jongeren zichzelf authentiek kunnen uiten in deze context. Ze mogen alles vertellen, maar dat moet wel binnen onze kaders. De kaders van commissievergaderingen, kennissessies en inspraakavonden. Deze "witte overhemden"-stijl van input verzamelen is er één waar we als kantoortijgers goed mee uit de voeten kunnen, maar jongeren uiten zich op totaal andere manieren. Probeer maar eens notulen te maken van een groep jongeren in de trein of supermarkt. Door deze jongeren in een panel te zetten, forceren we ze in onze kantoor-realiteit. "Neem plaats in een oncomfortabele bureaustoel en deel je frustraties met ons. Het liefst in de vorm van een enquête, dan kunnen we het makkelijk verwerken." Dat we dit van jongeren verwachten is hypocriet. Volwassenen zijn zelf notoir slecht in jongerentaal. Waarom verwachten we dan wel dat jongeren deze vertaalslag naar onze kant kunnen maken?
Daarnaast missen we nog een belangrijk punt: kunnen jongeren de problemen die wij ze voorleggen wel goed genoeg onder woorden brengen? Zij zijn natuurlijk de ervaringsdeskundigen op het gebied van jong zijn, maar als jong persoon kan het lastig zijn om hierop te reflecteren. Je zit er namelijk middenin. Ouder worden betekent niet per se dat je hier beter in wordt. Maar vraag aan beide groepen of zij zich een wereld in kunnen beelden zonder smartphones en de volwassenen zullen daar toch iets meer over te vertellen hebben. Zij die wereld zelf meegemaakt.
Voxpops uit het journaal illustreren dit punt. Op de vraag 'Kun je zonder telefoon in de klas?' antwoorden jongeren al snel: "Nee, want dan kan ik niet meer bij mijn rooster". Voor volwassenen met een bouwjaar uit het vorige millennium is deze vraag een stuk makkelijker: natuurlijk kan dat! Het is prima mogelijk om naar school te gaan zonder digitaal rooster in je zak. Dat hebben we jaren lang gedaan.
Het is niet zo dat jongeren het probleem minder goed begrijpen dan ouderen. Het paternalistische "leg je telefoon nou gewoon weg" is net zo plat als "maar ik moet op mijn telefoon kijken omdat ik anders niet bij mijn rooster kan". Ouders weten dat het anders kan, maar realiseren vaak niet dat de echte leefwereld van jongeren is vervlochten met het digitale. In deze spanning zit zit precies de uitdaging van het intergenerationele gesprek. Alleen naar elkaar luisteren is niet genoeg. Het overbruggen vraagt om begrip van elkaars werelden. Voor jongeren is dit de wereld zoals die ooit was en kan worden, iets wat je nog moeilijk begrijpt als je minder jaren hebt geleefd. Voor volwassenen is dit de digitale wereld waar jongeren een groot deel van hun tijd spenderen en waar zij zelf maar weinig gevoel voor hebben.
Nooit meer pauze
Op 4 november 2025 waagde SETUP zich op haar eigen manier aan dit vraagstuk. Samen met drie leerlingen maakten we een theatervoorstelling over het opgroeien in een surveillance-schoolsystemen. Het resultaat was een avondvullend programma, een publiek dat in een inkijkje in de leefwereld van jongeren kreeg, en een nabespreking waarbij de leerlingen vragen uit het publiek beantwoordden. De toegevoegde waarde zat hierbij niet alleen in de uitvoering.
Tijdens het produceren van de voorstelling gingen we in gesprek met de leerlingen over hoe zij een leerlingvolgsysteem beleefden. Drie van die onderwerpen kwamen terug in de show: constant 'aan' staan, EdTech uit Silicon Valley, en het gevoel dat je niets méér bent dan de cijfers die je haalt. Dat inzicht kwam niet uit leerlingen in een stoel zetten en vragen "Waar gaat het verkeerd?", maar juist door samen iets nieuws te maken. Leerlingen deden meer dan alleen input leveren. De show werd geschreven met en op basis van de ideeën van de leerlingen. Zo kwam er bijvoorbeeld een Magister Wrapped – een Spotify-achtig jaaroverzicht van al je Magister-statistieken. Het werd een show waarin leerlingen het publiek meenamen in hun leefwereld.
Ging dat vlekkeloos? Natuurlijk niet. Bij het maken van de voorstelling kwamen we er al snel achter dat ook wij verkeerde aannames hadden over wat er nog wel/niet bekend was. Na een opmerking als "ohja, dat is een beetje zoals Hyves" keken ze ons glazig aan. Blijkbaar was Hyves als culturele mijlpaal niet meer zo gevestigd is als we zelf dachten.
We hebben veel van deze leerlingen geleerd. Zo weten we nu dat leerlingen soms hun smartphone deels afdekken met hun hand om eventueel nieuwe cijfers nog niet te zien, hoe berichten in de klassenapp je voortdurend terug de school in zuigen en dat het kraken van je vader's wachtwoord het moderne spiekbriefjes vervalsen is geworden.
Kom naar onze ouderavond
Hoe ga jij als ouder om met een platform als Magister? We hebben het wel over smartphonevrij opgroeien, maar moeten wij het niet hebben over Magistervrij opvoeden? Kom naar onze afkickavond voor ouders op donderdagavond 11 juni.