Na het Facebook Museum willen we sociale media niet meer verslavend noemen
Als er één ding is dat we leerden, is dat Facebook de samenleving niet alleen verbindt, maar ook splijt. De ontworteling van dit platform gaat niet lukken zolang er geen cultuurverandering plaatsvindt.
In juli stonden we met ons Facebook Museum op station Utrecht Centraal. Een week die veel emoties losmaakte. Van verontwaardigde reacties (“waarom in hemelsnaam nog meer aandacht geven aan Facebook?!”) tot angstige smeekbedes (“Facebook gaat toch niet verdwijnen? Toch?”).
Ronald komt vragend het museum binnenlopen. “Kunnen jullie me hier helpen met mijn Facebook-account? Ik wil het dagboek dat ik heb bijgehouden van mijn familievakanties er van afhalen en ergens anders opslaan.” We leggen hem uit dat we niet van Meta zijn, maar dat we wel kunnen kijken of we hem kunnen helpen. Hij gaat zitten aan de tafel waar andere museumbezoekers op dat moment driftig hun mooiste of slechtste herinnering aan Facebook opschrijven. “Graag”, zucht hij, “ik ben al jaren aan het uitvogelen hoe ik hier een goede offline weergave van maak.”
Ronald vertelt hoe Facebook voor hem de plek was om zijn leven te documenteren. Over hoe zijn dochtertje opgroeide, welke uitstapjes hij met zijn gezin ondernam, wat hij dagelijks meemaakte, welke interessante muziek of artikelen hij tegenkwam. Leuke, minder leuke, maar vooral: alledaagse dingen. Van privacy was hij zich bewust. Hij had maar een paar vrienden en alles stond op ‘afgeschermd’. Voor hem was het een online dagboek. Gewoon, voor zichzelf. “Maar nu wil ik graag van Facebook af. Ik ga echter niet weg zonder mijn foto’s. Ik heb al eens mijn data geëxporteerd, maar het lukt me niet om dat ergens anders te uploaden. Daarnaast geeft niet het gevoel weer dat ik had op het platform.”
Meer bezoekers van het Museum delen Ronald’s vraag. Eigenlijk willen ze stoppen met Facebook, maar niet al hun data kwijtraken. Een export aanvragen kan weken duren (op het moment van typen wacht ik zelfs al 4 maanden op de mijne) en voelt ‘leeg’ – de context waarin alles is geplaatst en geliket is weg. Laat staan dat je de gegevens elders weer makkelijk kunt uploaden.
Als we Ronald vertellen dat Meta bewust geen infrastructuur voor deze dataportabiliteit heeft ingebouwd – Meta heeft per slot van rekening helemaal geen interesse in zijn vertrek van het platform – worden zijn ogen groot. “Nee, natuurlijk niet…” Zichtbaar balend mompelt hij: “Daarom maken ze het me zo moeilijk mogelijk… Ik heb me volledig laten inpakken. Ik kan me wel voor mijn kop slaan.”
Verslavingsterminologie
We zien een overeenkomst tussen meer bezoekers van het museum; ze praten over hun relatie tot Facebook in zelfverwijtende termen van afhankelijkheid. Maar ook de media heeft hier een handje van. We zijn “verslaafd” aan Facebook. We moeten ervan “afkicken”. We zijn “hooked”. Het is stom dat we het “zover hebben laten komen”.
Logisch, want het platform is ook daadwerkelijk ontworpen om verslavend te zijn. Door bijvoorbeeld de welbekende dark psychology-tactieken: likes die dopamine hits veroorzaken, de oneindige tijdlijn die steeds nieuwe content aanbiedt en zo inspeelt op FOMO, of algoritmen die op basis van je klikgedrag exact aanbieden wat jij leuk vindt en zo zorgen voor engagement bait. Maar ook door afhankelijkheid te forceren, bijvoorbeeld door het ontzettend ingewikkeld te maken om je gebruikersdata te exporteren en je profiel daadwerkelijk te verwijderen. Zo hebben veel gebruikers hun Facebook-account ook gekoppeld aan de toegang tot andere digitale platformen (Spotify, Netflix, et cetera). Dit staat ook wel bekend als het “lock-in effect”.
Verslavingsterminologie domineert het debat over onze relatie tot social media.
Niet zo gek dus, dat we in deze verslavingsterminologie over Facebook praten. Het probleem met dit taalgebruik is echter dat er iets straffends in zit. Iets straffends én veroordelends. De gebruiker (letterlijk) wordt gereduceerd tot een verslaafde, een slachtoffer. Het platform is de kwaadaardige boosdoener, de drug. En hoewel met deze termen de schuld in beide schoenen wordt geschoven (de drug is de toxic load, maar de gebruiker kan die niet kan laten staan), is er impliciet toch een machtsverhouding voelbaar, waarbinnen de gebruiker vooral de zwakkeling is.
En een zwakkeling wil niemand zijn. Dat is iets om je voor te generen. En precies hiermee wordt de straffende ondertoon in verslavingsterminologie schadelijk: het werkt namelijk een schaamtecultuur in de hand. “Zit jij nog steeds op Facebook?” Kun jij je niet beheersen? “Als je echt ballen had gehad, had je je profiel wel cold turkey verwijderd.” Net als bij andere verslavingen, werkt deze schaamte verlammend. Het kleineert, veroordeelt en maakt angstig voor afwijzing. Het gevolg is dat we stoppen met communiceren over deze afhankelijkheid en daarmee een barrière opwerpen om hulp te vragen. Daardoor wordt het nog moeilijker om jezelf aan te zetten tot een gedragsverandering.
Maar afgezien dat schaamte niet helpt om uit een verslaving te komen, is het ook de vraag of deze schaamte überhaupt wel terecht is. Want naast ontworpen voor verslaving is Facebook per slot van rekening ook ontworpen voor hechting. Binding aan andere mensen, maar daarmee ook aan het platform zélf.
Facebook-groepen
Met meer dan drie miljard maandelijkse actieve gebruikers geniet Facebook nog steeds van de wet van de grootste: hoe meer mensen op een platform zitten, hoe handiger, leuker en waardevoller het is om daar ook te zitten. Deze aanzuigende werking wordt gevoed door Facebook’s meest populaire feature: groepen. En die groepen floreren op Facebook. Sinds de introductie van deze functie in 2010 zijn naar schatting wereldwijd zo’n tiental miljoen individuele Facebookgroepen opgericht. Ongeveer 50% van de Facebookgebruikers zit in 5 of meer actieve groepen. Groepen die in allerlei behoeften en interesses voorzien: van niche hobby’s en specifieke klusprojecten, tot het zoeken naar woonruimte, of lotgenoten in de strijd tegen zeldzame ziekten.
Een plek waar je in contact kunt staan met gelijkgestemden geeft waarde, gemeenschapszin en dus hechting. Francis Zwart (oprichter van de Facebook-groep ‘Lekkere makkelijke recepten’) kan dit beamen. Francis: “Mensen kunnen prima recepten googelen. Maar toch komen ze naar deze groep. Blijkbaar vinden ze het leuker om juist van elkaar te zien wat iemand kookt en wat de reacties daarop zijn.” Het is veel waard om je community op zo’n plek te hebben. Die gemeenschapszin maakt het lastiger om het platform te verlaten – de switching costs zijn simpelweg te hoog. Francis: “Als ik hier weg van stap, is deze community kwijt. Dat krijg ik nooit meer terug als ik op een ander platform weer opnieuw moet beginnen.”
Een geleefd leven
Naast het vinden van gemeenschapszin in online groepen, houdt Facebook ons ook gehecht door middel van het ‘inkijkje in een geleefd leven’. Niet alleen in dat van oude schoolgenoten, je exen of die ene celebrity (“Hoe zou het met die en die zijn?”). Maar ook in dat van jezelf (bladeren door je tijdlijn voor een nostalgische trip-down-memory-lane) en dat van dierbaren die er inmiddels niet meer zijn. In het museum ontmoetten we Aniek. “Ik walg van Facebook en zou het liefst mijn account verwijderen. Maar het is ook de enige plek waar ik nog in de herinnering van mijn overleden vader kan duiken. Op zijn profiel staan nog zijn gedachten, video’s, foto’s en gesprekken die hij met vrienden had. Een beter inkijkje in hoe zijn leven was heb ik niet. En dus ben ik nog te vinden op dit deel van Facebook, en klamp ik me daar ook aan vast.”
Facebook heeft inmiddels slim ingezet op dit sentiment en de “memorial pages” in het leven geroepen. Ze bieden de mogelijkheid om de Facebookpagina van een overleden iemand een officiële herdenkingsstatus te geven. Het profiel van de betreffende persoon komt dan in beheer van een nabestaande, en vormt een plek waar mensen online kunnen samenkomen om diegene te herdenken.
Wat deze voorbeelden laten zien, is dat Facebook jou niet alleen uitnodigt om je hele leven op het platform te gooien, maar er ook voor zorgt dat je zoveel mogelijk verliest als je vertrekt. Mediacriticus Cory Doctorow laat dat zien met een anekdote over de strategische keuzes van Facebook in de concurrentiestrijd met het destijds opkomende Google+. Ook zij kwamen met een soortgelijke fotogalerij:
Cory Doctorow: “They [Facebook] do not retain users by being better than Google+. But by making leaving them more painful than the joy you get of Google+”
Van de online multimedia ‘foto-schoenendoos op zolder’, het in contact staan met relevante communities, tot de virtuele laatste rustplaats: Facebook heeft een ontwerp dat aanzet tot hechting. Die hechting is minstens zo belangrijk voor onze afhankelijkheid als de verslaving – maar minder schaamtevol en straffend. Want dat we van nature op zoek zijn naar verbinding en ons goed kunnen hechten, zijn tenslotte heel mooie menselijke eigenschappen.
Wat als we onze relatie reframen van 'designed for addiction' naar 'designed for attachment'?
Vanuit dat idee kunnen we ook anders kijken naar onze relatie tot social media. In plaats van te praten over verslaving, kunnen we onze afhankelijkheid ook reframen in termen van hechting. Het platform is niet designed for addiction, maar designed for attachment. Hebben we een ander gesprek als we niet langer praten over afkicken, loskomen en ontwennen, maar over verbinding, (ont)koppelen en afscheid nemen?
Hechtingsstijlen
Als we het hebben over hechtingsstijlen, kunnen we ze herkennen als gezond of ongezond. Als ze ongezond zijn, zijn ze dan angstig of vermijdend? Zo leggen we de bal weer bij onszelf neer; we kunnen meer handelingsvermogen ervaren (en claimen) in de relatie die we met social media willen aannemen.
Door met deze lens naar social media te kijken, kunnen we het ‘afscheid nemen’ van Facebook ook zien als rouwproces, waar we onvermijdelijk doorheen moeten. Rouw, omdat iets waar we waarde aan hechtten er niet meer is – of is veranderd. Dat kan gaan om de online contacten en relaties zelf, maar ook ons zelfbeeld (hoe sociaal of verbonden we ons ooit voelden), of onze verwachting over hoe technologie ons leven alleen maar zou blijven verbeteren. In plaats van een ‘afkickproces’ kunnen we het loslaten zien als de verschillende fases die bij rouw horen. Ontkenning (“ik wil niet onder ogen komen hoe verknocht ik ben en dus hoeveel ik ga verliezen”), onderhandeling (“als ik Facebook alleen nog maar gebruik voor A of B, dan doet mijn profiel verwijderen later wellicht minder pijn”) of acceptatie (“ik ben klaar om andere wegen in te slaan”).
Dat klinkt misschien overdreven. Het is maar een online profiel; maken we het niet veel te groot en belangrijk? Wellicht, maar we zagen ook dat we een snaar raakten. Het Facebook Museum sloeg aan. Cameraploegen van onder andere Hart van Nederland en de Telegraaf gingen de straat op om mensen erover te interviewen. Heel veel bezoekers kwamen langs om een verhaal te delen, of van gedachten te wisselen. We hoorden veel verhalen waarin we in feite die angstige of vermijdende hechtingsstijl herkenden.
In alle openhartige gesprekken zagen we dat blijven kijken vanuit ‘verslaving’ niet helpt. Want iemand die verslaafd is, heeft heel andere behoeften dan iemand die afscheid aan het nemen is. Je komt niet door het ontkoppelen heen door “even flink te zijn”. Onszelf blijven herinneren aan (en beschuldigen van) onze zwakheid daarin helpt ook niet. Het vraagt om een andere aanpak, met meer compassie, inlevingsvermogen en geduld.
Zolang we blijven vastzitten in verslavingsterminologie, gaan we echte cultuurverandering tegen.
Taal structureert denken
We startten het Facebook Museum om ons denken en spreken over social media op te rekken. Een wereld waarin Facebook stopt, hoe zou dat eruitzien? Kunnen we ons een voorstelling maken van een post social media-samenleving? De gesprekken in het Facebook Museum leren ons dat we dit ook letterlijk moeten doen, want woorden doen ertoe. Taal structureert ons denken en vormt uiteindelijk onze cultuur. Ook Cory Doctorow begrijpt dat goed. Zijn woorden als enshittification – de manier waarop het internet steeds slechter lijkt te worden – maken tastbaar wat we onder de oppervlakte al voelden. En zodra we de woorden hebben, herkennen we het fenomeen opeens steeds vaker.
Om een cultuurverandering in onze omgang met social media teweeg te brengen, kunnen we starten door er anders over te praten. Willen we in ons ‘behandelplan’ oproepen tot meer discipline en straf? Of juist tot meer inlevingsvermogen en zorgzaamheid naar elkaar?
Hoe we die volgende stap gaan zetten, gaan we verkennen op het Betweter Festival (26 september) en de Dutch Design Week (22 oktober). Wil je meepraten en -denken, kom dan vooral langs!
Het Facebook Museum stond van 14 t/m 20 juli op Utrecht Centraal. De hele week konden bezoekers in het museum terecht om verhalen te delen, herinneringen achter te laten, data te doneren en aandenkens te scoren. Meer informatie vind je op www.facebook.museum.