Magister: één systeem voor iedereen?
Met ons Nooit-meer-pauze-programma richtten we dit jaar de pijlen op leerlingvolgsystemen. Hoe is het om op te groeien in deze systemen? We spraken erover met Jacqueline Kleijer.
Jacqueline Kleijer is mediapedagoog en zorgethicus. Ze houdt zich bezig met de invloed van (online) media op jongeren, en wordt vaak gebeld als er ‘dingen uit de hand lopen’. Denk aan het rondgaan van vernederende video’s, cyberpesten of gossip-accounts. Wij vroegen haar om met ons in gesprek te gaan over de impact van leerlingvolgsystemen op jongeren, want wat ons betreft is dat de afgelopen 10 jaar ook behoorlijk uit de hand gelopen.
Sinds een paar jaar hebben we de smartphones uit het klaslokaal gekregen. Wordt het tijd om nu de leerlingvolgsystemen aan te pakken?
Ik begrijp dat het leerlingvolgsysteem de laatste tijd meer aandacht heeft gekregen. Het is voor jongeren die online zijn ontzettend lastig om prioriteiten te stellen. Leerlingen kunnen zich op school nu beter concentreren doordat de smartphone uit de klas is, maar buiten de school staan Magister en Instagram nog steeds naast elkaar op je telefoon. School en vrije tijd – alles loopt door elkaar.
Wat denk je dat dit met jongeren doet? Kunnen zij hiermee omgaan?
Via platforms als Magister kunnen leerlingen altijd bij hun schoolsystemen. Het is fijn als je snel je schoolagenda of Magister kan checken op je telefoon, maar naast de knop van Magister staan Instagram, WhatsApp en Tiktok. Achter iedere app op een smartphone zit een grote aantrekkingskracht. Al die icoontjes schreeuwen contant om aandacht. De druk om online te zijn, of het nou sociale druk is van je vrienden of vanuit je ouders, is groot. Als je het lastig vindt om je huiswerk te maken, dan wordt je snel afgeleid.
Het is voor jongeren erg lastig om zichzelf hiertegen te wapenen. Ouders willen ze wel helpen met concentreren, maar de manier waarop zij dit aanpakken werkt vaak tegenovergesteld. Mijn ervaring als ik jongeren spreek, is dat zij vaak als enige verantwoordelijk worden gehouden, en veelal op een negatieve manier worden aangesproken. “Leg je telefoon nou eens weg”, “Jij bent te veel afgeleid” en “jij kan je niet concentreren”. De leerling reageert dan “ja, maar ik moet op mijn telefoon kijken. Daar staat namelijk mijn schoolagenda”.
Natuurlijk ligt er ook verantwoordelijkheid bij de leerling, maar we kunnen niet verwachten dat zij in hun eentje de verslavende elementen van social media kunnen weerstaan.
Bijna alle scholen maken al gebruik van deze systemen? Kan het nog anders?
Ja hoor. Ik kom ook op scholen waar leerlingen speciale fysieke agenda’s hebben, waarmee ze zelf leren plannen. Ze hoeven dan niet op Magister te zitten. Het is niet zo dat iedere school Magister heeft.
En hoe vinden die scholen dat?
Die vinden dat fantastisch. En het past ook heel goed in de ontwikkeling van de leerlingen. Er gebeurt namelijk iets geks als leerlingen van de basisschool naar de middelbare school gaan. Op de basisschool werk je met leerlingen aan vertrouwen. Het doel is dat jouw leerlingen, naarmate ze ouder worden, meer verantwoordelijkheid krijgen en steeds meer keuzes zelf mogen maken. Dit alles zodat, als ze oud genoeg zijn, ze geen hulp en controle meer nodig hebben.
Volgens deze redenering horen leerlingen meer vrijheid te krijgen als ze naar de middelbare school gaan, maar met leerlingvolgsystemen gebeurt er iets heel anders. Opeens zijn alle ogen op jou gericht en wordt je constant in de gaten gehouden. Je wordt juist beperkt in plaats van dat je de vrijheid krijgt. Dat is gek, en maakt het voor leerlingen ingewikkeld om zich tot volwassenen te ontwikkelen.
Als leerling moet je fouten kunnen maken, anders kan je niet leren. Als je een keer een proefwerk verknalt, dan leer je ervan. Dan weet je: de volgende keer moet ik misschien iets beter mijn best doen. Met Magister gebeurt er iets anders. Ouders kunnen daar bijvoorbeeld cijfers eerder zien dan hun kinderen. Als leerlingen door hun ouders geconfronteerd worden met een onvoldoende, kan het zijn dat ze verlammen. Als je verlamt is er geen ruimte meer om iets te leren. Je ontneemt de leerling zo een mogelijkheid tot ontwikkeling, en daar lijden ze onder. Dit stimuleert bijvoorbeeld perfectionisme.
Dus misschien is het juist goed voor een leerling om zelf ouders te moeten melden dat ze een 4 hebben gehaald voor Duits?
Het is belangrijk om te leren omgaan met ongemakkelijke situaties. Met Magister ga je over deze gesprekken heen.
Daarnaast heeft de school ook een verantwoordelijkheid om zelf bezig te zijn met consequenties. Kijk bijvoorbeeld naar de ‘te laat’-meldingen die je als ouder krijgt. Als mijn kind constant te laat komt in de les dan kan de school zelf corrigerend optreden. ‘Hup, de kantine aanvegen jij’. Op school heeft een kind verantwoordelijkheid, en daar mag de school ook naar handelen. Maar als ik als ouder dan vervolgens een melding zie op Magister, dan kan ik mijn kind thuis ook nog straf geven. De vraag is of dit wenselijk is. Thuis leert het kind weer andere dingen. Het lijkt mij verschrikkelijk als je op school gecorrigeerd wordt en dan thuis meteen er nog een keer van langs krijgt.
Hoe zit het dan met die ouders? Moeten we de helikopter- en curling-ouders steviger aanpakken?
Zo simpel is het niet. Het is makkelijk om te stellen dat sommige ouders het verkeerd aanpakken, maar op deze manier denken komt vanuit een bevoorrechte positie. Je maakt de aanname dat iedere ouder dezelfde uitdagingen heeft. Dat is niet zo. Ik vind dat we hierin naar persoonlijke omstandigheden moeten kijken.
Maar het is wel goed om te beseffen dat deze systemen ook stress op kunnen leveren bij de ouders. Zij voelen zich, door de aanwezigheid van Magister, misschien wel verplicht om actief te blijven op dit soort systemen en zich up-to-date te houden. Als dat ieder moment van de dag kan, dan is dat voor hen net zo verleidelijk als voor de leerlingen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de ‘niet digitaal-vaardige’ ouders. Daarvoor zijn dit soort systemen ook een bron van stress en ongemak.
De aanwezigheid van een leerlingvolgsysteem verandert onze verwachtingen van ouders. Er zijn heel veel vragen die we kunnen stellen bij het ontwerp en gebruik van deze systemen. Van welk type gebruiker gaan zij uit? Werkt dit wel voor iedereen? Zijn er mensen voor wie het niet werkt?
Maar dat we aannemen dat één systeem (lees Magister) voor iedereen (marktaandeel 70%) werkt is dus, zacht uitgedrukt, niet heel handig.
Nee. Ik kan me bijvoorbeeld wel inbeelden dat er verschillende systemen zouden zijn voor andere types onderwijs. We gaan uit van een bepaald type ouder en leerling, maar er zijn natuurlijk mensen met wie geen rekening gehouden wordt in het bouwen van deze systemen. Ik zou wel willen zien welke gesprekken er ontstaan als we meer met die mensen in gesprek gaan. Van welk mensbeeld gaan we uit als we deze systemen maken? Met wie houden we rekening bij het ontwerpen van onze schoolsystemen?