Magister: durf te falen

Ellen Bijsterbosch
12 december 2025

Met ons Nooit-meer-pauze-programma richtten we dit jaar de pijlen op leerlingvolgsystemen. Hoe is het om op te groeien in deze systemen, en kan het anders? We spraken erover met Stijn Uittenbogaard.

Beeld: Nooit meer pauze. Foto: Bas de Meijer.

Stijn Uittenbogaard is docent economie van het Herman Jordan Lyceum in Zeist. In november 2024 haalde hij landelijk het nieuws met zijn initiatief om ouders te weren uit Magister. In gesprek met SETUP vertelt hij hoe hij dat voor elkaar kreeg en wat hij ervan leerde.

Hoe is het allemaal begonnen in Zeist, die kleine revolutie?

Nou ja, revolutie… Het is juist een beetje terug in de tijd, denk ik. Ik wilde onderzoek doen bij ons op school naar wat de invloed van het opleidingsniveau van ouders is op de prestatiedruk die leerlingen voelen. Maar daar kon ik uiteindelijk op basis van de enquête die ik had gedaan helemaal niet zoveel zinnigs over zeggen. Wel was er een interessante bijvangst. Een van de vragen was: gebruiken je ouders Magister, ja of nee? En daar kwam wél wat uit. Jongeren waarvan de ouders in Magister keken bleken veel meer druk te voelen. Sommige leerlingen wisten niet eens zeker of hun ouders in Magister keken, maar alleen al het gevoel deed iets met hen. Kunnen we hier niet iets mee, dacht ik toen.

En hoe ging het toen verder?

Toen ben ik met de directeur gaan zitten. Die zei: klinkt als een goed idee om mee aan de slag te gaan! De directeur stelde meteen voor om de oudervereniging erbij te betrekken en bij hen voor te stellen om het meekijken in Magister eruit te gooien. Toen hebben we dat voorgesteld. Wij wilden het eigenlijk als school gewoon voor 4 weken proberen, maar de oudervereniging stelde een proef van 2 maanden voor. Om echt te kunnen leren wat het zou veranderen.

De oudervereniging was dus meteen om?

Toevallig was de voorzitter van de oudervereniging net het weekend ervoor door haar nichtje magisterouder genoemd, omdat zij altijd op Magister keek. Dat vond ze wel confronterend om te horen, en had haar aan het denken gezet. Klopt wat ik aan het doen ben wel? Ze vertelde ook heel openlijk dat als zij bij de trein stond te wachten – dat ze een gewoonte-rondje had in de apps op haar telefoon die ze afging. Zo, nu heb ik die app gecheckt, even mijn financiën checken en… Magister zat daar ook tussen, alsof het haar dagelijks nieuws was ofzo, terwijl er heel vaak helemaal niks te zien was.

Jullie voorstel kwam op het juiste moment?

Ja, die voorzitter gaf aan: ik moet iets gaan veranderen, en het lukt me ergens niet om dat zelf te doen. Daarin ging de rest ook mee. Kijk, het voelt ook als een soort betrokken zijn bij je kind, volgen wat je kind aan het doen is. Maar controleren is eigenlijk helemaal geen betrokkenheid. Kun je niet veel beter aan je kind vragen hoe het op school gaat? Of samen naar de cijfers kijken? De oudervereniging was snel aan boord.

Hoe ging het toen verder met die proef?

We hebben van tevoren een vragenlijst gestuurd aan alle ouders en leerlingen over wat ze verwachtten dat zou gaan gebeuren. Het grootste deel van de ouders verwachtte eigenlijk niet zoveel verandering, en ook best veel leerlingen zeiden: ik denk niet dat er veel gaat veranderen, want mijn ouders kijken nooit. Het opvallendste verschil zat hem in de vragenlijst áchteraf. Ongeveer driekwart van de ouders vond dat er eigenlijk niks was veranderd aan hun kind, terwijl meer dan de helft van de leerlingen aangaf dat ze veel minder gestrest waren. Er zat dus een groot verschil tussen hoe ouders en de leerlingen het hadden ervaren. De leerlingen voelden die verandering enorm. Toen hebben we tegen elkaar gezegd: we gaan dit gewoon doorvoeren.

Iedereen blij?

Ik denk dat ongeveer 10% van de ouders niet blij waren dat we dit gingen doen. Er waren zelfs wat ouders die zeiden, als jullie dit doen, dan haal ik mijn kind van school. En: mijn kind kan dit helemaal niet zelf, dit gaat helemaal mis! In het begin heb ik een aantal mailtjes gehad en die heb ik allemaal heel steeds keurig beantwoord, met: ik snap je zorgen, maar we gaan dit toch doen, om deze en deze reden, dit is wat je ook zou kunnen doen als ouder, et cetera. En nu hoor ik eigenlijk helemaal niemand meer erover, iedereen is eraan gewend. Magister is dichtgegaan voor ouders, en het is niet meer open geweest. We zijn ook al een nieuw schooljaar begonnen, met nieuwe brugklassen en nieuwe ouders dus. Die ouders zijn niet anders gewend dan dat het dicht zit.

Elke verandering lijkt moeilijk of zelfs onmogelijk totdat het gewoon verandert?

Ja! Er waren in het begin echt veel ouders die zeiden dat als we dit zouden doen dat dan hun kind volledig zou falen. Tja, en in hoeverre is het erg als je kind faalt, denk ik dan? Het voelt af en toe alsof een kind een soort statusproduct is geworden van zijn ouders. En als het kind faalt, dan faalt de ouder. En als een ouder dus niet meer kan controleren wat het kind doet, dan is de kans dat de ouder faalt groter ofzo.

Welk advies zou je collega’s van andere scholen willen geven die hier ook mee aan de slag willen gaan?

Ik ben met de directeur gaan zitten en op onze school hebben we echt een heel vooruitstrevende directeur, die open staat voor verandering. Maar dat komt ook omdat hij zei dat wij de kinderen op onze school willen leren om fouten te maken en daarvan te leren. Je kunt immers dingen niet in één keer goed doen. En als je die gedachte serieus neemt, dan moet er ook ruimte op school zijn voor ons leraren om dingen uit te proberen en fouten te maken. Als wij alleen maar doen alsof wij alles perfect doen, dan wil een kind ook alles perfect doen.

Dus maak een beetje ruimte voor experiment?

Ja, maak ruimte voor experiment en leg het ook zo uit aan de ouders. Dit is een pilot, we gaan het gewoon proberen. En joh, als het niet werkt, draaien we alles weer terug. Als het wel werkt, dan weten we dat. Als het niet werkt, weten we dat ook. Maak op je school die ruimte om te leren en om fouten te kunnen maken. Die moet er niet alleen voor leerlingen zijn.

Blijf bij ons Blijf bij ons Blijf bij ons