Wees bevlogen - een terugblik op iFanfare

Het is de 21e eeuw, de eeuw van de digitale media. Maar wie een cafe binnenstapt voor een jazz-improvisatieavond ziet daar altijd de standaard, analoge instrumenten: een gitaar, een saxofoon, een bassgitaar en/of een drumstel. Wat weerhoudt muzikanten ervan om er electronische, digitale instrumenten bij te pakken? Door Tijmen Schep.

Je zou toch denken dat de voordelen van digitale instrumenten enorm groot zijn. Ze zijn portable (de iPod Touch past in je binnenzak) en hebben een ongekende prijs/kwaliteit-verhouding (van de 'Jazz Lemur', een apparaat van 5000 euro, is ook een iPad variant van 5 euro). Er blijft geen publiek meer over, zou je denken, want iedereen kan zo het podium op. Maar het gebeurt niet echt, en na twee bijeenkomsten rondom het thema 'iFanfare' (we zijn een week later met wat muzikanten nog eens bijeen gekomen) heb ik het idee dat ik zicht heb gekregen op de redenen daarvoor.

Een reden waarvan ik hoop dat het de belangrijkste is, is dat de instrumenten vaak nog niet zo lang bestaan, en dat simpelweg te weinig mensen de kans hebben gehad om er echt goed in te worden. Er zijn natuurlijk mensen als Reggie Watts of pianist Lang Lang die fantastische dingen uit de iPods en iPads toveren, maar die hebben het muziek maken al in de vingers. Hier geldt de regel die Malcolm Gladwell in zijn boek Outliers noemt: pas als je 10.000 uur hebt geoefend word je ergens een expert in. Dat komt neer op iets meer dan een jaar 24 uur per dag oefenen. Zolang bestaat de iPad nog niet eens.

Volgens muzikant Ruben van Kooyk zijn veel kunstenaars ook niet op zoek naar die digitale apparaten, omdat dat niet past bij het beeld van de kunstenaar als analoge ambachtsman. Er zit geen romantiek in, of, zoals hij het noemt, geen sentiment.

Dat gebrek aan passie is ook terug te zien in de performance. De NRC kopte naar aanleiding van iFanfare zelfs “iPad of iPhone is geen gezicht op het podium”. Bij priegelen op een gevoelig klein schermpje komt de passie niet zo snel over.

Een meer praktische probleem dat Jan Schellink aankaart is de interface, de knoppen van het ding. Bij veel van de iPhone-instrumenten kun je volgens hem niet zo snel inspringen op de vele veranderingen die nou juist bij een improvisatiesessie horen. Bij een gitaar leg je je gevoel vrij direct in de snaren, maar bij een apparaat met een vingers-op-glas interface moet je soms nog even de juiste optie of knop vinden. De uitzonderingen zijn op 1 hand te tellen, en komen in een volgende blogpost over 'de beste appstrumenten' nog aan bod.

Ook als de interface wel goed bespeelbaar is, zoals bij de app Fingerjam, dan kan er nog sprake zijn van enkele miliseconden vertraging simpelweg omdat het aanraken van het scherm door de processor nog in een geluidsignaal moet worden vertaald. Een paar miliseconden klinkt niet veel, maar deze kleine vertraging kan bij een instrument al snel een vervelend, stroperig en traag gevoel geven.

Ten slotte is er een factor die alle voorgaande overtreft: traditie. De gitaar, hoewel van oorsprong geen westers instrument, is de ongekroonde koning van de westerse muziek. Het drumstel, de basgitaar, de piano, ze zijn deel van een familie. De vertrouwdheid geeft ons een gevoel van herkenning. De oude instrumenten zijn, kortom, een deel van onze cultuur, en cultuur verandert niet zo snel.

Veel goede redenen dus waarom een 'gitaar van de 21e eeuw' nog niet is ontstaan. Maar geef het de tijd. Tijdens iFanfare was er ook veel potentie te zien, zoals in het spel van Frank Balde van muziekinstituut STEIM. Zijn dans met de Wii-controllers was spannend om te zien, en het geluid stond als een huis.

De sleutel lag in de woorden van Jan tijdens zijn iFanfare-presentatie. Hij wees naar het vleugelembleem op zijn trui en zei “wees bevlogen”. Alle muziek is mooi als het goed gespeeld wordt. Tijd om te gaan oefenen..

Een week na de iFanfare is er op het SETUP kantoor in de Dutch Game Garden nog een kleine sessie geweest met enkele muziekprofessionals. De uitkomst van deze avond is dat we binnenkort naar een jazzclub in Utrecht gaan om het gewoon eens te doen. We gaan improviseren met de meest bruikbare apps. Hou je Twitterfeed woensdag 9 maart in de gaten..